Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114

3 minuten leestijd

90

K. H. VOOUS

fauna; het resultaat is des te aangrijpender. In alle werelddelen zijn de bossen op grote schaal gekapt, zonder herbebossing toe te laten. Zij konden tijdelijk plaats maken voor landbouw- of weidegronden, zij konden ook tijdelijk als houtleverancier optreden. Overal heeft hun verdwijning evenwel het evenwicht in d e natuur en in de waterhuishouding van het landschap dermate verstoord, dat de gronderosie, de woestijnvorming, als een schrikbeeld voor de tegenwoordige mensheid opduikt. H e t zou onjuist zijn alle woestijnen aan de flora-vernietiging en d e daarmee gepaard gaande bodem-vernietiging aan d e mens toe te schrijven, doch d e verandering van de vruchtbare Tunesische landbouwgebieden, waarin het eens zo rijke Carthago lag, in een onvruchtbare woestijn, is ongetwijfeld 's mensen eigen werk, alsm e d e dat van d e geit, waarin slechts weinigen d e „arch-spoiler of t h e earth" herkennen. Ook d e woestijnen uit N.W. India breiden zich in snel t e m p o ten koste van de door ontbossing en onoordeelkundig grondgebruik verarmde landbouwgronden uit: d e Rajasthan '^) woestijn heeft de laatste jaren wederom 25.000 ha land veroverd en 2.500 000 h a vruchtbaar land in droge en voor landbouw ongeschikte gebieden herschapen. In welke mate de ontbossing van de aarde is voortgeschreden, blijkt beslist niet alleen uit het feit, dat van de beroemde cederbossen van de Libanon i) niet meer dan een nietige rest is overgebleven, die beschreven kan worden als „clinging to the bare flanks of the mountains and the only spot of green in the midst of a desert of rock" en waarvan het voortbestaan en met name de bosverjonging door toerisme en skisport bedreigt wordt. H e t is een van ontelbare voorbeelden. Slechts weinige vooruitziende blikken h e b b e n voor d e gevolgen van de vernietiging van de natuur gewaarschuwd. In NoordAmerika was dit onder meer president Theodore Roosevelt ^), die het slagwoord „conservation", bewaring, in de plaats van „protection", bescherming, invoerde : „Conservation of forests, of waterways, of wild-animal life. Wasteful careless America, killing, chopping, discarding, thought this a good joke. Conser-\'e America's natural resources! Why, they were limitless. A lot of bunk. Teddy was just out to get some more publicity". Doch duidelijker, indringender en uit d e mond van een bosspecialist, waren de woorden van E. E. Schneider, van het bosbouwkundig bureau van de Philippijnen, die bijna veertig jaar geleden, na afloop van een bosbouwkundig congres in 1919, de hierna volgende ballade schreef. 1) 2)

Buil. Int. Union Protection Nature, 3, 1954, p. 2. R. C Murphy, Bull. Garden Club America, May 1940, p. 48.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's