Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 110

2 minuten leestijd

86

K. H. VOOUS

onder natuurbescherming verstaan i) : „het behoud txin 's werelds gehele levensgemeenschap, het natuurlijke milieu van de mensen, met inbegrip van de hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, waaruit dat milieu bestaat en waarop de grondslagen van de menselijke beschaving rusten". Uit deze omschrijving valt nauwelijks af te leiden, in welke mate het gedrag van de mens het behoud van het genoemde natuurlijke milieu en van de natuurlijke hulpbronnen in de weg heeft gestaan. Dat dit geschied is, is evenwel in de eerste plaats duidelijk uit de samenstelling van de natuur in het huidige Europa. Met het voortschrijden van de civilisatie, de uitbreiding van de landbouwgebieden en van de verbindende wegen en de toename van de menselijke bevolking zijn bossen gekapt en in landbouwgronden herschapen, moerassen drooggelegd en beken en rivieren gekanaliseerd. En wel heeft dit plaats gevonden op zulk een schaal, dat in het grootste gedeelte van Europa nauwelijks iets van de natuurlijke bossen, moerassen en hoge venen en van de zich in vrijheid bewegende beken en rivieren is overgebleven. Van de in deze gebieden levende wilde dieren is reeds lang het merendeel geheel of vrijwel geheel verdwenen: waar vindt men in Europa nog beren, wolven, lynxen, wilde katten, bevers, elanden, kraanvogels, wilde ganzen, arenden en de vele andere grote diersoorten, die in het gehele Europese bos- en moerasgebied hebben thuis behoord? Is ook niet de oeros door de mens uitgeroeid (sedert 1627) en hangt het voortbestaan van de Europese bison of wisent (omstreeks 1919) niet af van de gratie van de mens, die de laatste overlevenden een bestaan gunt in enkele dierentuinen en wildparken? De minutieus kleine stukjes natuur, die de natuurbeschermingsverenigingen met name in de WestEuropese landen voor ondergang trachten te behoeden, zijn ontdaan van vele van hun oorspronkelijke bewoners en daardoor geschonden. Of wel: de samenstelling van hun planten- en dierenwereld draagt het onmiskenbare stempel van het ingrijpen van de mens, die alleen het voortbestaan van bepaalde plantenformaties en weinige dieren toeliet. Men is allicht geneigd over dit beeld weinig bezorgd te zijn. De wereld is groot genoeg : tegenover datgene wat in het dicht bevolkte Europa voor de menselijke natuur heeft moeten wijken, staat de rijke natuur van de andere werelddelen. Maar hoe vergist men zich : hoe is de natuur in de hele wereld bedreigd! Uit de schier onuitputtelijke bron van gegevens, wil ik enkele voorbeelden geven uit Noord-Amerika en Afrika. ')

„Atlas der Natuurreservaten" (Elsevier, Amsterdam, 1956), p. 10.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 110

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's