Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 28

2 minuten leestijd

DE CHRISTEN-ARTS AAN HET STERFBED door J. G. FERNHOUT Gaarne geef ik gevolg aan de vererende uitnodiging van de Redactie van „Geloof en Wetenschap" in het kort mijn gedachten weer te geven over bovenaangegeven onderwerp en de belichting daarvan in het symposion-verslag, ontleend aan het Amerikaanse tijdschrift „Christian Medical Society Journal". Enerzijds vervult me daarbij een gevoel van schroom, omdat het insluit, dat ik als zielszorger ga schrijven over de taak van de arts, anderzijds geeft me moed de overweging, dat het hier betreft een taak, die gelegen is op het raakvlak van de medische en pastorale practijk. Zodat gezegd kan worden, dat ik weliswaar schrijf over het werk van een ander, maar dan voorzover dit ligt op een terrein, dat óók het mijne is. Vooraf moge ik uiting geven aan mijn bijzondere waardering voor het initiatief van „The San Francisco Chapter", de instelling, die ons onderwerp in een medisch symposion aan de orde stelde, alsook voor de open en zakelijke wijze, waarop de deelnemers aan het symposion het in beschouwing namen bij het licht van de Heilige Schrift. Dat dit tevens hulde insluit aan de Redactie van „Geloof en Wetenschap", die het onderwerp ook in eigen kring ter sprake bracht, behoeft eigenlijk nauwelijks afzonderlijk gezegd. Ik stel me nu voor bij mijn uiteenzetting in hoofdlijn het gedachtenschema van bovenvermeld symposion-verslag te volgen om, al naar het me gewenst voorkomt, daarop met bijval dan wel met critiek in te gaan. Zie me echter genoodzaakt om, met het oog op de plaatsruimte, die werd toegemeten, me te beperken tot wat het verslag biedt inzake de houding van de Christen-arts ten opzichte van de niet-Christen patiënt. De eerste vraag, die blijkens het verslag ten aanzien van dit onderdeel aan de orde werd gesteld, is deze: of de arts de patiënt zijn diagnose en prognose behoort mede te delen. Het symposion, waaraan vijf doktoren deelnamen, beantwoordde deze vraag zonder meer bevestigend. En het motiveerde zijn uitspraak met twee overwegingen: vooreerst, dat de stervende gelegenheid moet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's