Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 335

3 minuten leestijd

BOEKBESPREKING hem niet volgen (p 69) en ziet hij er terecht een gevolg van systeemdwang m Met Toynbee „is een historicus aan het woord wiens moralistische opvattingen van immanente gerechtigheid, waardoor het verloop der geschiedenis wordt tot opeenvolging van schuld-straf, goedheid-beloning, botst tegen de joodse openbaring van Gods aan geen menselijke maatstaf gebonden, handelen m de geschiedenis" (p 76) In een postscriptum van 1954 op deze m 1948 geschreven kritiek, vermeldt de schr nog, dat m Toynbee s waardering voor het christendom ten opzichte van het heidendom een verandering gekomen is en dat hij nu voor een „wereldgodsdienst" kiest Zijn standpunt is nu dichter bij Hindoeïsme en Boeddhisme dan bij het chiistehjk geloof De schr concludeert, dat we dit hebben te respecteren, al geven deze woorden de uitspraak „van de Stichter" (sic ) van de christelijke godsdienst prijs „Ik ben de weg en de waarheid en het leven Niemand komt tot de Vadei dan door Mij ' Het lijkt ons echter m flagrante strijd met deze uitspraak, als de schi dan vervolgt, dat het niet de taak van de belijder van het christeli]k geloof is een veroordeling van dit standpunt uit te spreken want hij ,,weet niet hoeveel woorden van Jezus Christus, het Hoofd der Kerk, kunnen worden prijs gegeven, zodat men niet meer van christendom kan spreken, hij voelt zich niet tot rechter geroepen" (p 96) De Apostelen dachten hier anders over, het gaat trouwens niet om woorden alleen, maar om feiten (zie I Cor 15 14, I Joh 2 22—23) Het prachtige opstel over „Grieks-Romemse geschiedschrijving m haar verhouding tot het bijbelse en moderne historische d e n k e n ' zet met alleen de verschillen tussen de huidige en de klassieke geschiedenis-opvattmg uiteen, maar ook die tussen de heilshistorische geschiedschrijving van de Bijbel en de , profane" van de vakhistorici De nadruk wordt gelegd op het feit.

279 dat m de Oudheid de mythus ook „historie" was (pp 103, 124) De Grieken hebben de mythus geseculariseerd, maar het blijft een mythus van de kringloop (zoals de idee of de mythus der evolutie veel moderne geschiedschrijving bepaalt (p 116) De geschiedenis, afgezien van accidentia, herhaalt zich (p 119) Volgens het bijbelse denken echter is er niet een herhaling van steeds weer hetzelfde God handelt souverein en voert zijn ondoorgrondelijk, op de toekomst gericht, raadsbesluit, zijn heilsplan, uit Het latere gebeuren vervult het vroegere (typologie) De typologie geeft volgens de schr de scheiding aan tussen de Griekse en moderne geschiedschrijving enerzijds en de joodschristelijke anderzijds (p 130) Men zou hieraan kunnen toevoegen, dat het rechtlijnige, metcyclische, de scheiding aangeeft tussen de Griekse geschiedschrijving enerzijds en de joods-chnstelijke en moderne anderzijds In , Plakboek en Witboek geeft de schr een scherpzinnige en ook wel scherpe kritiek op P J Bouman's „Revolutie der eenzamen". Bouman doet het voorkomen alsof de historici zich allen richten naar de fagade, naar de grote mannen (p 174) Dit verwijt is ongerechtvaardigd, de historici willen echter de figuren op de achtergrond (en de massa's) slechts m hun beschouwingen betrekken voorzovei zij over bronnenmateriaal dienaangaande beschikken Een tweede bezwaar van Bouman tegen de historici is, dat het psychologisch gebeuren zich aan hun verstaan onttrekt De schr merkt daartegen o a op, dat ook de psycholoog niet m staat IS een vaststaande interpretatie van het verleden te geven, behalve dan „slaven van een bepaalde ideologie, de psychologische van Jung bijvoorbeeld (p 142, Bouman ontleent het motto van zijn werk aan Jung) Niet op losse gronden, maar aan de hand van aangehaalde voorbeelden concludeert schr , dat m het boek van Bouman ,,in naam van de psychologie en de sociologie ele-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 335

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's