Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 43

2 minuten leestijd

DE CHRISTEN-ARTS AAN HET STERFBED

31

in de weg mag staan. Daarom zijn er voor mij bepaalde richtlijnen, waaraan ik mij tracht te houden : a) De roeping van de arts is het leven te verdedigen, het lijden te verzachten, zij aan zij met de zieke verbeten te strijden tot het einde toe. Hierdoor ontstaat een bizondere vertrouwensverhouding. b) De arts moet er angstvallig voor waken, dat deze subtiele relatie niet wordt verstoord of door een onverbloemd uitspreken der prognostische waarheid, dan wel door een alarmerend getuigen. c. De patiënt mag de waarheid niet onthouden worden. De arts bedenke, dat „de hoogste artsenij de liefde is" en dat hij deze waarheid brengen moet, rekening houdende met hetgeen de zieke kan verdragen. Hij vergete nooit, dat ook de ziekte zelf tot de lijder haar bizondere taal spreekt, en dat de arts ook deze spraak bij zijn patiënt moet verstaan. Dit houdt in, dat hij niet verplicht is direct en geheel de volle waarheid te zeggen. Het blijkt bij lange ziekbedden, dat, hoewel nooit met zoveel woorden over de ernst der ziekte is gepraat, toch datgene, wat onuitgesproken bleef, wel degelijk is verstaan. d) De arts behoort de zieke, ook in hopeloze gevallen, lichtpunten te doen zien. Bij het volbrengen dezer verplichting is de arts op een terrein, dat voorzichtig betreden moet worden, een soort niemandsland tussen waarheid en leugen. e) Voor een juiste beoefening der geneeskunst is het een zegen, dat de functies van arts en predikant gescheiden zijn. Wat in Jesaja's dagen mogelijk was, zou nu tot onaangename verwikkelingen leiden. Wanneer in deze tijd de arts predikant wil spelen, gaat het ten koste van zijn roeping als arts. En hoe prachtig kunnen zij elkander aanvullen! Wanneer de arts bemerkt, dat de zieke iets schort, dat hij tobt over de onzekerheid van zijn toekomst of over zijn staat voor God, dan is het een voorrecht als hij aan de patiënt kan zeggen na een ernstig gesprek: ,,een geneesmiddel heb ik voor deze klachten niet, maar ga eens met een predikant praten". Indien de zieke niet op de komst van een predikant gesteld is en toch over deze dingen horen wil, dan is het zeker de taak en de gelegenheid voor de arts om getuigend werkzaam te zijn. Hij zij zich

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's