Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 109

2 minuten leestijd

WAAROM NATUURBESCHERMING?') door K. H. VOOUS Over natuurbescherming kan men op vele vi'ijzen spreken en schrijven. Veelal geschiedt dit met een overvloed van gevoelsargumenten, die ontleend zijn aan een wereldbeeld vol romantiek en onbedorven schoonheid. De hiermede samenhangende houding ten opzichte van de natuur is in de Constitutie van de Internationale Unie voor Natuurbescherming geformuleerd in de gedachte 2), dat „de schoonheid der natuur een der hoogste elementen van het geestelijk leven vormt". Zonder aan de waarde en de oprechtheid van deze uitspraken en geschriften te kort te willen doen, heb ik getracht op een andere wijze aan mijn gedachten over natuurbescherming vorm te geven. Zij zullen aanvankelijk wellicht zakelijker zijn, méér de dichterlijke verontwaardiging over de bedreiging van de natuur missen, dan in kringen van natuurbeschermers gebruikelijk is. Meer in het bijzonder wil ik trachten binnen het kader van het onderwerp door te dringen tot de formulering van het kern-probleem : de plaats van de mens in de natuur. Natuurbescherming is iets anders dan dierenbescherming. Het gaat bij de natuurbescherming om de instandhouding van de gehele samenleving van planten en dieren in hun natuurlijke omgeving, met inbegrip van het landschap in zijn meest ruime zin. „Het stellen van de vraag „Waarom natuurbescherming?" houdt onvermijdelijk de gedachte in, dat er een aanleiding is om juist deze vraag als uitgangspunt te laten dienen voor een beschouwing over de bescherming van de natuur. In het hierna volgende wil ik daarom allereerst trachten de gronden aan te geven van de overwegingen, die mij tot het stellen van deze vraag hebben geleid. Daarna wil ik een poging doen de vragen te bespreken, waartegen, door wie, waartoe, op welke wijze en tot welke mate de natuur beschermd zou moeten worden, om tenslotte tot de eerste gestelde vraag terug te keren. Volgens de constitutie van de Internationale Unie voor Natuurbescherming, vastgesteld te Fontainebleau op 5 October 1948, wordt '') Voordracht gehouden voor de Christelijke Vereniging van Natuuren Geneeskundigen in Nederland op 1 maart 1958 te Amsterdam. 2) „Atlas der Natuurreservaten" (Elsevier, Amsterdam, 1956), p. 10.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 109

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's