1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 282
HEBBEN DIEREN EEN HUIS? door L. VLIJM Toen Robinson Crusoe, na de schipbreuk, op het onbewoonde eiland door de zee te land werd gespoeld, moet er heel wat in hem zijn omgegaan dat de verteller, om des tijds wille, maar achterwege gelaten heeft. Het is wellicht voor velen een beetje veel gevergd zich een dergelijke situatie in te denken. Toch lijkt het waarschijnlijk dat de meesten Uwer, na zeer uiteenlopende overwegingen, dat zouden doen wat hij deed : dekking zoeken voor de storm, op een luwe plaats. De mens is niet zo weerbestendig. Het is al gauw te warm, te koud, te nat of te droog. Dat gold voor Robinson, dat geldt in niet mindere mate voor ons. Hij zocht zich dus een luwe plek, maar al weldra begon hij te denken over een beter onderkomen. Soms vindt men zoiets, vooral op een onbewoond eiland, betrekkelijk gemakkelijk. Vaak is dat dan een grot in een rots, die zonder extra moeite als onderkomen te gebruiken is. De vorm moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen. Dikwijls (en dat gold ook voor Crusoe) bevalt zoiets op den duur niet. Dan moet men zelf aan een onderkomen vorm geven zó, dat het geriefelijker wordt en meer mogelijkheden biedt. Dat deed hij ook: hij maakte vóór zijn grotwoning een soort van buitenhuisje. Daarmee was het geheel niet meer alleen een onderkomen; het werd een woning. Hij kon er, na allerlei tochten naar het strand en het gebroken schip, slapen, eten, koken, nieuwe werktuigen maken, en zo meer. Al gauw kon hij deze woning niet meer missen. Hij voelde zich in zijn huis thuis. Het was hem tot een „home", tot een „Heim", zo U wilt, tot een heem geworden. Uit deze korte herhaling van de belevenissen van de schipbreukeling komen enige elementen, die aan het begrip huis te onderscheiden zijn, duidelijk naar voren. In eerste instantie is het een onderkomen, dat, primitief van vorm, vooral een beschermende en beschuttende functie heeft. Naarmate de eisen die er aan worden gesteld hoger komen te liggen, het aantal functies dus toeneemt, moet ook de vorm daaraan worden aangepast. Het onderkomen wordt een huis. Vorm en functie zijn nauw aan elkaar gebonden. Naarmate de ontwikkeling en *) Openbare les uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van lector in de dierkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op 10 oktober 1958.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's