1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 40
28
W. T. P. NIJENHUIS
tructies over allerlei zaken, waardoor van een afwijken ter rechter of linker zijde geen sprake kan zijn. Men loopt niet om de problemen heen, maar de koe wordt kordaat bij de horens gevat en in een bondig vraag- en antwoordenspel wordt een methode tot benadering van de naaste gegeven, pasklaar geleverd, met de Bijbel in de hand. Hier zijn Christenen aan het woord, die hun rijkdom niet voor zichzelf behouden, maar alles, tot het laatst toe in het werk stellen, om ook hun stervende medemens deelgenoot te maken van de vreugde in God. 3. Maar dit gevoel van verruiming blijft slechts kort. Is de steUigheid der uitspraken enerzijds het aantrekkelijke in dit verslag, anderzijds is dit de zwakke plek. Want de beslistheid, waarmee de antwoorden worden gegeven, verliest aan overtuigingskracht, naarmate wel wat licht langs de bezwaren heen gegleden wordt. Tegenover de twijfel, die klinkt uit de vragen A2 en A3, wordt de waarheid erkend, dat de patiënt door de aankondiging van zijn spoedig sterven uit zijn psychisch evenwicht kan geraken, maar dit bezwaar wordt onbetekenend geacht tegenover de mogelijke grote winst: ,,we trust that it would alarm him to action and upset from his evil ways that he might do an about face and turn to Christ". Het hoofddoel van de medische zorg en behandeling (care and management) van de stervende bestaat dus niet in pogingen het lijden te verlichten door medische handelingen alleen. In het antwoord op A3 wordt uitgesproken, dat het beter zou zijn een psychische decompensatie te riskeren, om aldus de gelegenheid te bieden Christus te kiezen in het licht van de eeuwigheid. Het is de arts geoorloofd, eigenlijk geboden, de patiënt een psychisch trauma te bezorgen, door hem zijn aanstaande dood en het komende oordeel aan te kondigen, terwijl hij in zodanige toestand is, dat hij elke afweerreserve mist. Deze handelwijze is medisch ontoelaatbaar. Men komt niet alleen in strijd met het devies der oude geneesheren, dat men vóór alles niet schaden mag; men komt ook in conflict met de wezenlijke taak van de arts (waarvoor de patiënt hem geroepen heeft): te genezen, en, indien dit niet mogelijk is, zijn lijden zoveel doenlijk te verzachten. 4. Mijn tweede bezwaar is, dat de taken van arts en predikant niet onderscheiden worden. Het gevolg is dat de arts optreedt in de plaats van de predikant; diens bevoegdheid wordt door de medicus geannexeerd. Maar zoals het meer met usurpators het geval is geweest: de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's