1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 146
1
1
118
G. J. HOIJTINK
zinnig vast te leggen. De fysica en astronomie hadden reeds drie eeuwen deze weg gevolgd. Denken we slechts aan Galileï, Keppler, Newton en zovele anderen, die hun grote successen op natuurwetenschappelijk gebied dankten aan het feit, dat zij zich losmaakten van de vooronderstellingen, waaraan het natuuronderzoek vele eeuwen ten onrechte gebonden was geweest. Dat de ontwikkeling van de chemie zoveel later begint, behoeft ons niet te verwonderen, daar de problemen, waarvoor de chemie in die tijd geplaatst was, veel gecompliceerder waren dan die, waarmee de fysicus was geconfronteerd. Immers, de fysica hield zich toentertijd bezig met de bestudering van de eigenschappen der macrolichamen; zij kon door nauwkeurige waarneming reeds tot vele wetmatige verbanden besluiten, zonder dat ze haar toevlucht behoefde te nemen tot een hypothese. In de chemie echter was dit geheel anders. Hier kreeg men te maken met het gedrag van de stoffen bij de chemische omzetting en een dergelijke omzetting betekende een verandering van de structuur van de stoffen tot in de kleinste onderdelen. Hoe nauwkeurig men hierbij ook waarnemingen verrichtte, wat men waarnam waren slechts de met de reactie gepaard gaande verschijnselen, doch van de feitelijke transmutatie kon men niets ontdekken, omdat deze, zoals ons thans bekend is, zich voltrekt binnen voor het oog ononderscheidbare dimensies. Dat niettemin de chemie in de negentiende eeuw tot zo'n sterke bloei is gekomen moet voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan de verdiensten van de Engelse natuurkundige Dalton, die de reeds eeuwen lang aangehangen en omstreden gedachte van de discontinuïteit der materie als basis voor het chemisch onderzoek introduceerde. De reeds eeuwen oude gedachte, dat de elementen zouden zijn opgebouwd uit een zeer groot aantal ondeelbare bouwstenen, de atomen, werd thans het middel om in de veelheid van experimentele gegevens ordening te scheppen. Nemen we het grote verschil in karakter tussen het fysisch en chemisch onderzoek in ogenschouw, dan behoeft het ons niet te verwonderen dat sedertdien chemie en fysica ieder eigen wegen gingen volgen. Wel leefde ook onder de fysici de gedachte, dat de macroscopische verbanden herleidbaar zouden moeten zijn tot het gedrag van zeer kleine materiedeeltjes, doch deze was voor het fysisch onderzoek van die tijd veel minder dwingend. Bekend is bijvoorbeeld, dat reeds Boyle trachtte de door hem gevonden eigenschappen van gassen te verklaren op grond van de discontinuiteitsgedachte. De grote vlucht, die de chemische wetenschap nam, blijkt uit de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's