1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 98
^ondhlih HET MANNETJE
IN EN OP DE MAAN
Men kan zich wel eens afvragen, wat toch de eigenlijke oorzaak is voor de bijzonder grote belangstelling, die de bespiegelingen over de mogelijkheden van de interplanetaire ruimtevaart, en de onderzoekingen over de verwerkelijking daarvan, tegenwoordig genieten, getuigen zowel het overvloedige sensationele persnieuws over de Spoetnik's en hun amerikaanse college, de Explorer, als de talloze populaire boeken, radiohoorspelen e.d. Onlangs toonde die belangstelling zich ook weer op een voordracht voor de natuurfilosofische studenten aan de Vrije Universiteit, toen een ruimtevaartdeskundige zijn gehoor, en dan vooral de jongere generatie, zozeer boeide, dat de discussie, in het vragen- en antwoordenspel na afloop van de eigenlijke lezing, zich tot ver over het gebruikelijke sluitingsuur uitstrekte. Natuurlijk zit er allereerst de zucht naar avontuur achter en de mogelijkheden tot fantaseren in de trant van Jules Verne's merkwaardige verbinding van verbeelding en wetenschap. Het is mij echter ook bekend, dat er onder de Christen-natuurkundigen wel zijn, die zich afvragen of hier misschien ook nog andere motieven schuilen, die iets meer specifiek voor de tegenwoordige generatie zouden kunnen zijn. Daarbij denk ik dan niet zo zeer aan een zekere hybris van „kijk eens, wat wij mensen al kunnen" en de daarmede in verband staande atheïstische propaganda, maar meer aan een uiteindelijk toch-nog-van-deze-aarde-kunnen-ontsnappen en aan een willen ontkomen aan beangstigende mogelijkheden. Hoe dat ook zijn moge, er zijn ook wel humoristische antwoorden te geven op de in het begin gestelde vraag, zoals blijkt uit een „leading article" met titel „Man on the moon" in de aflevering van 16 november 1957 van het „British Medical Journal" (biz. 1165), waarop van bevriende zijde mijn aandacht werd gevestigd. De moeilijkheden van heen èn terug naar de maan te gaan, zouden, volgens een door de bekende rakettendeskundige Werner von Braun opgestelde berekening misschien opgelost kunnen worden door een tussensatelliet tussen maan en aarde aan te brengen. Dan kan men gaan spelen met de avonturen van een verblijf in oorden, waar de zwaartekrachtsversnelling ca VG X 981 is, dus ca 163 cm/sec^. De mensen met hartbezwaren zouden er wel bij varen op de maan te vertoeven, omdat ze maar een zesde van hun lichaamsgewicht behoefden mee te slepen; maar, juist omdat ze weinig meer dan de spierkracht van een baby zouden behoeven voor het verrichten van hun normale werkzaamheden, zouden de gezonden door beoefening van balspelen en athletiek spieratrofie moeten trachten te voorkomen en toepassing van eenvoudige mechanica toont welke merkwaardige verrassingen daarbij zouden optreden. Goed oefeningsmateriaal voor leren hanteren van de begrippen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's