Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 45

2 minuten leestijd

ENKELE GEDACHTEN NAAR AANLEIDING VAN „THE CARE AND MANAGEMENT OF THE DYING PATIËNT" door J. OVERDUIN

Gaarne voldoe ik aan de uitnodiging Uwer redactie enkele opmerkingen te maken naar aanleiding van het hierboven genoemde artikel. Om niet te veel ruimte te vragen zal ik „puntsgewijs" en in telegramstijl schrijven. Ie. Het verblijdt mij, dat het onderwerp „de christen-arts aan het ziekbed" weer aan de orde gesteld wordt. Het gaat hier om veel meer dan alleen om „eerlijkheid en waarheid" ten aanzien van de patiënt met een „dodelijke" prognose. Het gaat hier over de vraag: heeft een christen-arts naast zijn aandeel in de voorbereiding op het sterven als medisch-biologisch gebeuren ook een aandeel daarin als religieus gebeuren, als een zich schikken voor het laatste oordeel? Vele christen-artsen beweerden en beweren, dat zij zich alleen als medicus verantwoord achten. Hun christen-zijn moet hierin uitkomen, dat zij het zo goed mogelijk en zo liefdevol mogelijk doen. De zielszorg, die hierbij te pas komt, ligt op het terrein van de pastor. Te oordelen naar het bewuste artikel uit het Amerikaanse tijdschrift „Chr. Med. Soc. Journal" en de aantekeningen van prof. dr. G. A. Lindeboom, zou ik willen concluderen, dat het besef hier en daar doorbreekt, dat het christen-zijn van de arts ook een tamelijk ingrijpende zielszorg inhoudt krachtens het algemeen ambt der gelovigen. Het probleem, dat aan de orde gesteld wordt door de redactie is niet of het tot de taak van de christen-arts behoort zich zo pastoraal te gedragen, maar of deze min of meer methodistische wijze wel juist is, resp. in hoeverre juist. Het gaat nu dus niet over het ,,dat" maar het „hoe". Eerlijk gezegd, ben ik daar blij mee. Ik weet heus wel iets van de gevaren van grensoverschrijdingen, maar dat neemt niet weg, dat het „christenzijn" van een arts (als het goed is) zo alles bepalend is, dat hij moeilijk op bepaalde terrein kan doen alsof zijn christelijke neus bloedt. En verder: de totalitaire anthropologieën zijn niet van de lucht. De christen-arts zal hier ook ten aanzien van de patiënt zijn conclusies moeten trekken. Verder laten wij dit probleem rusten, omdat de redactie hier

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 45

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's