1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62
46
A. A. MANTEN
kunnen vele lichamelijk en/of geestelijk zwakke individuen in leven blijven en kinderen verwekken. Allerlei minder gunstige erffaktoren worden daardoor beschermd en doorgegeven aan het nageslacht. De natuurlijke selektie door sterfte is bij de cultuurvolkeren dus aanzienlijk beperkter dan bij natuurvolkeren. Het is vrijwel zeker dat deze verminderde sterfte, in het bijzonder de lage kindersterfte, speciaal aan de zwakken ten goede gekomen is. Ook deze verandering in de wijze, waarop de bevolking samengesteld wordt, leidt tot een achteruitgang van de kwalitatieve samenstelling. In 1935 reeds wees Alexis Carrel, winnaar van de nobelprijs voor medicijnen, hier op in zijn beroemd geworden boek „L'homme eet inconnu": „Terwijl kinderdiarrhee, tuberculose, diphterie, buiktyphus, enz., uitgeschakeld worden, maken zij plaats voor degeneratieve ziekten. Ook zijn er een groot aantal aandoeningen van zenuwstelsel en geest. In sommige landen overtreft het aantal in de krankzinnigengestichten opgenomen zielszieken dat van alle patiënten in de gewone ziekenhuisinrichtingen samen. Evenals krankzinnigheid schijnen zenuwziekten en intellectuele zwakheid frekwenter geworden te zijn". Gedifferentieerde geboorten-frekwentie Het is een algemeen bekend feit, dat bij alle cultuurvolkeren de geboortecijfers veel lager liggen dan bij de natuurvolkeren. Eenbewuste geboortebeperking vindt gewoonlijk het eerst plaats in de hogere kringen van de bevolking en dringt daarna geleidelijk ook door tot de andere lagen der bevolking, om eerst bij de onderste maatschappelijke laag tot stilstand te komen. Uiteraard komen juist in deze kring de meeste geestelijk minderwaardigen voor, terwijl ook bepaalde andere erfelijke afwijkingen hier relatief veel talrijker optreden. Onder de cultuurvolkeren ontstaat de neiging tot een omgekeerde evenredigheid tussen het aantal der kinderen en het sociale prestatievermogen van de ouders. De meeste kinderrijke gezinnen komen voor in de lagere bevolkingsklassen en wel in het bijzonder bij de allerdiepste lagen van de maatschappij, die tevens de meeste minder begaafden herbergen. Men schrijft dit verschil in geboorten-frekwentie vaak toe aan de omstandigheden dat de lagere standen er moeilijker toe komen om op morele, sociale of medische gronden hun progenituur te beperken. Het gevolg is echter dat het aantal erfelijk zwakzinnigen en minder validen op de totale bevolking relatief toeneemt, omdat men hen in groter aantal aantreft onder de sociaal lager geklasseerden, dan als regel onder de hogere standen. Een dergelijk verschil in kindertal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's