1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 147
CONSERVATISME EN PROGRESSIVITEIT IN DE CHEMIE
119
nauwelijks te overziene hoeveelheid feitenmateriaal, die in slechts weinig jaren tijds groeide. Het aantal mogelijkheden van chemische omzetting was legio. Was het aantal van de verbindingen, die in de anorganische natuur voorkwamen of door synthese daaruit konden worden gevormd reeds zeer groot, het aantal verbindingen der organische natuur groeide daar sterk boven uit, vooral toen Wöhler er in slaagde organische stof uit anorganische te synthetiseren. De verscheidenheid van organische verbindingen bleek te moeten worden toegeschreven aan het feit, dat het element koolstof, dat in deze verbindingen in grote hoeveelheid aanwezig is, in tegenstelling tot andere elementen de eigenschap bezat zich met zichzelf te binden, waardoor dus in het beeld van Dalton's atoomtheorie de koolstofatomen zich onderling op vele wijzen konden rangschikken. De organische chemie nam een zo grote vlucht, dat het om praktische redenen noodzakelijk bleek anorganische en organische chemie te scheiden. In de tweede helft der negentiende eeuw vertoont de organische chemie een gestadige groei en neemt zij reeds spoedig een leidende positie in. Van grote betekenis voor deze groei was behalve Dalton's atoomtheorie, het in 1811 reeds door Avogadro ingevoerde molecuulbegrip, dat echter eerst omstreeks het midden der negentiende eeuw algemeen werd aanvaard. Zoals elk element was opgebouwd uit een groot aantal atomen, zo moet ook een verbinding bestaan uit een groot aantal gelijksoortige deeltjes, de zogenaamde moleculen. Deze moleculen zouden op hun beurt weer zijn opgebouwd uit een klein aantal atomen der samenstellende elementen. Omzettingen van de verbindingen moesten in dit beeld worden teruggevoerd tot verplaatsing van atoment binnen één molecule of tussen twee of eventueel meerdere moleculen. Dank zij dit molecuulbegrip en de geniale gedachten van vele chemici, waarvan in het bijzondei Kekulé, Couper, Butlerow en Lebel en de Nederlander Van 't Hoff genoemd moeten worden, ontwikkelde zich in de organische chemie een structuurtheorie die tot vandaag in grote trekken haar geldigheid heeft behouden. In tegenstelling tot de organische chemie ontwikkelde zich de anorganische chemie minder voorspoedig. Hier bleek Dalton's theorie niet die algemene geldigheid te bezitten die zij bezat in de organische chemie. De door Proust gevonden constante samenstelling van verbindingen, die Dalton tot de atoomhypothese voerde, werd door de analyse van sommige verbindingen tegengesproken. Het gevolg was dat de aanvankelijk slechts tussen Proust en zijn tegenstander Berthollet gevoerde strijd zich verbreidde over het gehele terrein der anorganische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's