1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 314
258
H. R. WOLTJER
rijk, tot Christus en Zijn allesomvattende ,,bevoegdheid", niet op een of andere wijze het dagelijkse natuurkundige werk ook anders maken? Een zeer treffend voorbeeld, onüeend aan de feitelijke toestand van het natuurkundig onderzoek, voor het verband van godsdienst en natuurkunde is in Einstein's gedachtenwereld te vinden. Von Laue (geb. 1879), een vermaard duits natuurkundige, Nobelprijswinnaar (1914), deelt ons daarover het volgende mede : „Die letzte Triebfeder seiner gesamten Forschertatigkeit war namlich religiöser Art. Ihm ist die Natur das Werk eines Schöpfers, welcher unbeschadet seiner Erhabenheit den Menschen verstandlich, im Prinzip vollkommen verstandlich ist, wenngleich sich dies Verstandnis ihnen nur allmahlich, unter groszen Miihen, schrittweise enthüllt. Deswegen musz das System einer Wissenschaft von der Natur ein einheitliches Ganzes sein. Widersprüche in ihm, Unbestimmtheiten oder schon das Fehlen innerer Zusammenhange verpflichten, tiefer ein zu dringen." Het is hier niet de plaats in te gaan op de belangrijke invloed, die deze godsdienstige instelling op Einstein's standpunt tegenover de quantummechanica, die hoofdtak van de tegenwoordige natuurkunde, gehad heeft. Het was alleen mijn bedoeling het bestaan van feitelijk verband tussen godsdienst en natuurkunde met een voorbeeld te illustreren. Toch rijzen bij het wetenschappelijke detailonderzoek de vragen telkens opnieuw op. Ieder, die dat onderzoek beoefent of beoefend heeft, heeft deze moeilijkheden aan den lijve ondervonden. Het zijn, om het veel gebruikte woord te hulp te roepen, „existentiële vragen", die men niet enkel door verwijzing naar literatuur kan oplossen, maar die steeds weer opnieuw bediscussieerd moeten worden. In zijn interfacultair college over „Conservatisme en progressiviteit in de chemie" typeert m.i. Hoijtink zeer juist de situatie aldus : „Was het de reactie op het materialisme van de negentiende eeuw, dat de verwachting bij veel Christenen leefde, dat de Christelijke wetenschapsbeoefening tot andere „resultaten" zou voeren? Bij vele Christenen heeft toch deze gedachte grote teleurstelling gewekt, toen zij bemerkten, dat het wetenschappelijk „resultaat" voor hen en een niet-gelovige hetzelfde is. Komt deze teleurstelling misschien al voort uit een pragmatistische levenshouding, die de waarde van ons wetenschappelijk werk slechts afweegt tegen het praktische resultaat, dat het oplevert?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's