Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 218

3 minuten leestijd

176

K. P. C. A. GRAMBERG

worden der haren. En wat moeten we hierbij verstaan onder het „verdoffen" der huid? De verzen 24 tot 28 spreken van het optreden der zara'ath in een brandwond of ook in het litteken na een verbranding. Ook hier weer de drie kentekenen, die tegen de identiteit met de ziekte van Hansen pleiten: de witte haren, het dieper liggen van het geheel tegenover de gezonde huid en het al of niet veranderen, respectievelijk genezen na een observatie van 7 dagen. Dat er omgekeerd brandwonden in lepravlekken voorkomen, is natuurlijk iets zeer gewoons, maar daarbij zien we geen witte huid of witte haren en ook geen dieper liggen der huid. In de volgende verzen tot 37 vinden we de beschrijving van de melaatsheid aan de behaarde plekken van het hoofd, waarbij ook weer dezelfde criteria genoemd worden. Slechts wordt er bijgevoegd, dat het verschijnen van zwart haar op de plek van de vlek een teken is, dat het geen melaatsheid is. Duidelijk slaat deze gehele beschrijving op favus of tinéa capitis. Ten slotte vinden wij nog in de verzen 38 tot 44 de beschrijving van de melaatsheid aan of op het kale hoofd. Ook hier geen nieuwe verduidelijking, die ons een beter beeld van de ziekte zou geven. Verder valt hier alleen nog bij op te merken, dat de lepreuze veranderingen aan het behaarde hoofd, naar mijn ervaring, tot de grote uitzonderingen moeten gerekend worden. Ik zelf zag ze zelden. De kleur dezer lepromen op het hoofd is rood tot bruin, haaruitval kan soms optreden, nooit witte haren. De echte alopecia gaat nooit gepaard met zichtbare veranderingen in de huid. Ook hier dus geen gelijkenis met de lepra. De rest van het hoofdstuk gaat over de beschrijving van de melaatsheid der meubelen, kleren en huizen. Het is daarbij opvallend, dat dezelfde terminologie gebruikt wordt als bij die der menselijke zara'ath. Weer het ingezonken zijn van de vlek, weer de observatie van zeven dagen, waarbij gelet moet worden op het al of niet zich uitbreiden der kwaal. Voor de opstellers der Leviticusvoorschriften was dus de zara'ath der mensen en der huizen of der kleren een- en dezelfde zaak. Dit geeft ons te denken. Wij kunnen wel zeggen, dat in de oudheid de observatie en klassificatie der ziekten minder volmaakt was dan in onze tijd van de ver doorgevoerde systematiek, maar een dergelijke oppervlakkigheid, waarbij men zou aannemen, dat een ziekte van een mens op dode voorwerpen zou overgaan (en omgekeerd) mag men toch zonder meer niet veronderstellen. Ik meen, dat juist deze toevoeging aan het hoofdstuk over de zara'ath ons de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 218

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's