Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 283

2 minuten leestijd

HEBBEN DIEREN EEN HUIS?

231

de civilisatie van de mens toenemen, evolueert ook het huis in vorm en functie. Met deze beide elementen hangt een derde nauw samen, ook de gedragingen van de bewoner ten aanzien van het huis wijzigen zich. Het huis gaat steeds meer als centrum in het leven dienst doen. Vele gedragingen worden door het huis bepaald, gedeeltelijk omdat zij daarin of van daaruit plaats hebben, gedeeltelijk omdat zij op het voortbestaan van dat huis gericht zijn. Zo ontstaan speciale bindingen tussen bewoner en huis. In het bewoonde gebied heeft het huis speciale waarde. Ook bij de huidige West-Europese mens is dit element in het begrip huis van belang. Iets van de bindingen van de mens aan zijn huis wordt uitgedrukt in het gebruik van huis in tehuis en in het — thans minder gebruikelijke — heem. Vooral aan dit element willen wij aandacht geven in dit betoog over het huis in de dierenwereld. Wij houden ons dus bezig met de vraag of er in het leven van de dieren bepaalde centra aanwezig zijn, waaraan de dieren in hun gedragingen of in een deel daarvan op een speciale wijze gebonden zijn. Wij dienen dit vraagstuk van twee zijden te benaderen; allereerst vanuit het woongebied van een dier in het algemeen, en ten tweede vanuit de gedragingen van de dieren. De verbanden tussen deze beide vormen het onderwerp van dit verhaal. In de eerste plaats volgt dus een aantal gedachten over het woongebied van dieren in algemene zin. Hierbij trekt allereerst het verschijnsel van de geografische verspreiding van diergroepen en dieren de aandacht. Bepaalde soorten dieren zijn in hun voorkomen meer of minder beperkt. Er zijn dieren die slechts in een zeer klein gebied voorkomen (hoewel ze vroeger misschien een veel grotere uitbreiding hebben gehad), terwijl andere over de gehele wereld voorkomen: cosmopolitisch in hun verspreiding zijn. Dit geldt zowel voor op het land, als voor in het water levende dieren. Maar binnen het geografisch verspreidingsgebied stellen dieren ook bepaalde eisen aan het terrein waarin zij leven. Zij zijn, zoals men zegt, aan bepaalde biotopen gebonden. Men verwacht geen zeehond in de Grote Beek bij Winterswijk, geen wild zwijn aan het strand van Schiermonnikoog. Dit begrip biotoop wordt in lang niet alle gevallen even scherp gedefinieerd gebruikt. Zonder uitgebreid de fijnere

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 283

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's