1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 332
IBoek hesprehing Dr A. Kockelmans, ss cc „Tyjd en ruimte", 88 blz De Erven Bohn N V , Haarlem, 1958, ƒ 5 — ( m g ) Directeuren van Teylers Stichting en de leden van Teylers Tweede Genootschap schreven \ 001 het jaar 1936 de volgende prijsvraag uit ,,Men VI aagt een behandeling van de absolute betrekkingen, volgens tijd en ruimte, tussen de vooivailen m de werkelijkheid, zoals die door de theorie van Emstem aan het licht zijn gebracht, en van het belang der inzichten daaromtrent voor opvattingen uit andeie gebieden van kennis " Bovenvermeld boek van dr Kockelmans is het bekroonde antwoord op deze prijsvraag, met dien verstande, dat — zoals in de voorrede wordt medegedeeld — prof Fokker „het hele manuscript met de grootst mogelijke zorg heeft doorgelezen en op talloze plaatsen zeer waardevolle verandeimgen en aanvullingen heeft voorgesteld" — De ondertitel „de opvattingen van Albert E m stem over de absolute betrekkingen, volgens tijd en ruim+e, tussen voorvallen m de werkelijkheid en haar betekenis voor de wijsbegeerte der anorganische natuur" sluit, zoals men ziet, ten dele bij de tekst van de piijsvraag aan Minder aansluiting lijkt mij te bestaan bij de, op de prijsviaag gegeven toelichting o a kan men daar lezen „Het interval nul, massaas die nul zijn, de bizondere chronogeometrie van tijdsduren en van de dynamische vectoren van massa, het zijn allemaal wonderen, waar meestal te licht langs gelopen wordt De prijsvraag beoogt een studie uit te lokken, die zich m zulke absolute betrekkingen verdiept..." § 15 (als onderdeel van hetgelijknamige hoofdstuk II) is speciaal
aan een uiteenzetting van „de leer der absolute betrekkingen" gewijd (blz 37—47), maai over de m de toelichting genoemde „wonderen" heb ik daar heel wemig kunnen vinden In het vierde (en laatste) hoofdstuk bespreekt de schiijver de indirecte, de negatieve en de positieve betekenis van de leer der absolute betrekkingen vooi de Wijsbegeerte der anorganische natuur en vat die, m een „besluit", m 5 punten samen, die zich echter niet m een paar zinnen laten weei geven, hetgeen uiteraard allerminst een verwijt Ib
De natuurkunde komt m i vrij wemig tot haar recht Zo trof me op blz 8 de bewering „Op het eeiste gezicht lijkt deze (traagheids)wet (van Galilei) zo d u ' delijk, dat men zich zou kunnen afvragen wat daaraan nog te verklaren zou zijn" Hoe rijmt men daarmede, dat deze wet eerst honderden jaren na Aristoteles geformuleerd is'' Ook vmdt de auteui de omschrijving van de ruimte-tijd door de natuurkundige als „het totaal van alle punttijdstippen" „op het eerste gezicht" „erg duidelijk" (blz 85) Zouden niet bij een lezer, die deze omschrijving voor de eerste maal onder de ogen krijgt, tal van vragen opkomen' Volkomen bewust van de bezwaren, die een kort formuleren van een wijsgerig standpunt medebrengt, neemt de schrijver toch de moeite dit te doen — en de lezer kan hem er '•lechts dankbaar voor zijn — en verklaart zich „voorstander van een integraal en cntisch Realisrve dat zich wil oriënteren aan het denken van Aristoteles en zijn gi ootste Commentatoren, maar dat dit oude erfgoed wil trachten te verrijken met alles wat men aan waarheid kan vinden, zowel uit zich zelf als vooral ook m het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's