Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111

2 minuten leestijd

WAAROM NATUURBESCHERMING?

87

L o n g I s l a n d 1), het langgerekte eiland in de monding van de Hudson rivier, het beschermende eiland van New Yorks haven en het vacantie-oord van New Yorks bevolking. Volgens een opgave van Daniël Denton uit 1670 leefden hier : herten, beren, wolven, vossen, wasberen, otters, muskusratten, skunks, kalkoenen, Amerikaanse korhoenders („heathhen"), kwartels, patrijzen, duiven, kraanvogels, verscheidene soorten ganzen en eenden en een ontelbare menigte robben. Van datgene wat er na nog geen driehonderd jaren is overgebleven, geeft Dr R. C. Murphy een overzicht, dat aldus kan worden samengevat : van de robben bestaat nauwelijks een herinnering, beren en wolven zijn verdwenen, van de vossen is alleen de roodbruine soort over, de grijze vos werd in het midden van de vorige eeuw uitgeroeid, de wasbeer leeft nog, de otter en de skunk komen hier niet langer voor, de muskusrat is bijna verdwenen, de kalkoen is uitgeroeid, evenals het bovengenoemde Amerikaanse korhoen, terwijl de trekduif (1914) niet alleen op Long Island, maar ook elders in Noord-Amerika is verdwenen en tot de door de mens uitgeroeide soorten behoort; van de andere door Denton genoemde wilde vogels kan men nog slechts een kleine rest op Long Island aantreffen. Het heeft zeker niet veel gescheeld of het lot van de Amerikaanse bison was hetzelfde geweest als dat van zijn Europese tegenhanger, de wisent. Van de naar schatting minstens 60.000.000 bisons, die Noord-Amerika bij het begin van de Europese kolonisatie moeten hebben bewoond, waren in 1889 na twee eeuwen van ongebreidelde vernietiging, in de Verenigde Staten nog 541 overlevenden gespaard gebleven en van deze rest werden er in 1893 nog eens 116 door stropers gedood. In Canada waren in 1900 nog omstreeks 50 bisons over. De laatste grote kudde van omstreeks 10.000 dieren in Noord-Dakota, werd in twee maanden tijd, van september tot november 1883, door blanke en rode jagers ten behoeve van de huiden totaal uitgemoord. Hoe kan het anders, dan dat de gebleekte beenderen de grasvlakten bedekten : één van de vele beenderhopen in Noord-Dakota moet alleen reeds uit de resten van 500.000 gedode bisons hebben bestaan. De prairies waren ontsierd, het landschap verminkt. Pas op dit allerlaatste ogenblik en voornamelijk door het initiatief van slechts enkele personen werd de noodklok over de bison-ramp geluid en werden beschermende maatregelen in allerijl genomen. Thans leeft de bison nog uitsluitend in reservaten en dierentuinen, doch het aantal is bevredigend : in 1951 ')

R. C. Murphy, Bull. Garden Club America, July 1939, p. 49—50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's