Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 25

3 minuten leestijd

DE CHRISTEN-ARTS AAN HET STERFBED

13

heeft hij het vertrouwen van de zieke niet, dan is er in de naaste familie- of vriendenkring misschien iemand te vinden, die voorzichtig deze zware taak op zich wil nemen. Het kan ook de wijk- of de nachtzuster zijn, die de patiënt vaak zó nabij kunnen komen, dat zij de gedachten van de stervende op de naderende dood kunnen richten. Want de dokter mag nooit vergeten, dat het horen van het „moeten sterven" uit zijn mond onverbiddelijk klinkt en dat er maar heel weinig patiënten zijn, die dat kunnen verdragen, zelfs niet, al vragen zij hem de waarheid te willen zeggen. „Al wat iemand heeft, zal hij (immers) voor zijn leven geven", zegt de Satan in het gesprek van de Here met hem over Job; in Spreuken 17 : 12 lezen wij: „Een verslagen geest doet het gebeente verdorren" en in Marcus 5 staat van de vrouw, die alleen maar het kleed van de Here Jezus aanraakte, dat zij „al het hare" aan haar genezing ten koste gelegd had en daarom is de ernstig-zieke mens, de patiënt met een ondragelijk lijden, ,,de meest-eenzame mens in de grootste levensnood", want al zegt hij het niet, al doet hij zelfs bravoure, hij is dag en nacht met de gedachte aan de dood, die misschien in zijn ziekte besloten ligt, bezig en zoekt daarom beterschap, veiligheid, nieuwe zekerheid bij zijn dokter en troost bij die hem lief zijn, bij die hem verplegen of die hem komen opzoeken. Hier liggen de mogelijkheden voor een persoonlijke relatie, die de zieke nodig heeft om zijn zorgen aan de ander te kunnen meedelen, de dominee, de zuster of wie ook, want zij kunnen hem, beter dan de dokter, van zijn lijden en misschien nog onuitgesproken angst afleiden door hem op de zin van het leven en van het lijden te wijzen, zoals God het ziet, waarom Hij ons vaak ziekte en pijn zendt om dat te leren. Hij heeft een algeheel recht op ons en een eigen plan met ieder mens en roept ons daardoor zelfs als het vijf minuten voor twaalf is. Dat wil echter niet zeggen, dat de dokter door houding en gesprek de ernst van de ziekte mag wegwuiven, want hij moet een gewillig instrument in Gods handen wezen, om, waar zijn handen gebonden zijn en hij de dood niet meer keren kan, de ander, die de weg naar Gods oneindige liefde wil banen, niet te belemmeren. Hij mag geen onwaarheid zeggen, maar hij mag ook niet zeggen: ,,ik kan u niet meer helpen, ik moet u nu wel alleen laten, alleen in uw onzekerheid, in uw angst, in uw doodsangst", want in zijn beroep ziet hij zijn roeping, zijn zending. Hij moet niet alleen zijn stervende patiënt de wonden verbinden, maar hem op zijn ezel zetten en met hem meegaan tot aan het einde, want hij weet van Gods eindeloos erbarmen tot aan de poorten

{i:.'/^mm^M^^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 25

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's