Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 37

3 minuten leestijd

DE ARTS EN DE ZIELSZORG VAN ONGENEESLIJKE ZIEKEN

III.

25

De arts zal zijn patiënt en de familie moeten voorbereiden op het naderend einde.

Als ergens voorzichtigheid en tact en eerbied voor de ander nodig is, dan is het wel in deze situatie. Een groot onderscheid zal gemaakt moeten worden tussen de gelovige en degene die van God vervreemd is, zowel tijdens zijn ziekte als in zijn stervensuur. Het doet mij wat vreemd aan, dat de Amerikaanse arts op een zo directe en voor mijn gevoel weinig ontziende manier met zijn patiënt over het eeuwig heil kan spreken, maar we moeten aan de andere kant niet vergeten, dat de arts door zo te getuigen van zijn geloof, soms groter moeilijkheden krijgt dan de zielszorger. In ieder ge,val zal de arts zo lang mogelijk en tot het laatste toe die waarachtige belangstelling voor zijn patiënten dienen te behouden, want de patiënt blijf hulp van de arts verwachten. Weliswaar komen bepaalde specialisten zelfs zelden aan een sterfbed te staan, maar niet genoeg kan gewezen worden op de plicht, deze taak niet aan de verpleegster, familie, pastor of assistent alleen over te laten. We zullen er steeds ook weer zelf moeten zijn. Bax zegt zo juist aan het einde van zijn artikel: „Er is echter ook nog een geestelijke zijde. Geen probleem draagt een zo persoonlijk karakter. Het hangt van de levensopvatting van de stervende en van zijn familie af, of van de arts ook in dit opzicht iets wordt verwacht. Het is ook denkbaar, dat een arts zelf de overtuiging heeft een taak te moeten vervullen, zonder dat hem dit wordt gevraagd. Zeker is, dat wij allen de plicht hebben toe te zien, dat aan de stervende tijdig geestelijke hulp wordt verstrekt. Thans is het ogenblik aangebroken om iedere misleiding te beëindigen. Dikwijls zullen wij dus onze plaats inruimen aan predikant of pastoor. M a a r . . . . soms ook richt de lijder zich liever tot zijn naasten of tot een hem vertrouwd persoon. Laat ons bedenken, dat ook wij deze „vriend" kunnen zijn". Zo zou ik het ook willen stellen. Iemand die God niet kent of het Christendom reeds is gepasseerd en een bepaalde levensbeschouwing heeft, zal bij grote uitzondering op zijn sterfbed tot verandering komen. Persoonlijk heb ik het nog nooit bijgewoond, of het moest zijn, dat de patiënt, zijn leven overdenkend, weer contact krijgt met zijn jeugd of religieuze ervaringen uit vroeger jaren weer opnieuw bewust wordt. Soms kan door een enkel woord als: „U hebt een toekomst", het oog oplichten en een glimlach of handdruk zeggen dan meer dan woorden. Toch kan ook een troostwoord diep begrepen worden en het stervende leven zin en een basis geven. Als de patiënt kan sterven — en hij sterft meestal zoals hij heeft geleefd — dan kan hij ook

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's