Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 52

3 minuten leestijd

40

H. R. WOLTJER

sterven nabij was, ook al ben ik in de kampen heel erg ziek geweest aan de bekende kampziekten en al heb ik me heel ellendig gevoeld, zodat mijn vrienden wel bevreesd waren. Ik heb nooit voor de situatie gestaan „ik ben ter dood veroordeeld en morgen wordt het vonnis voltrokken", zoals ik weet, dat, tijdens de duitse bezetting, een jonge man aan zijn ouders schreef. En dat hij er op kon laten volgen: ,,. . maar ik ga met blijdschap de weg, die God mij wijst" is een zeer grote genade. Ik geloof echter niet, dat, zolang men in het volle leven staat, men zich voornemen mag of kan, zoiets te zullen zeggen of schrijven; ten hoogste mag men in ootmoed hopen, dat men die gunst ook zal ontvangen. En verder weet ik niet of in een dergelijke situatie een mens mij wel helpen kan; ook een dokter, ook een predikant zal dat wel niet kunnen. Ik heb het gevoel — en dat is toch niet aanmatigend of zelfgenoegzaam — dat wat zij mij zouden kunnen zeggen, ik heus wel allemaal weet, „weten" dan genomen in den intellectuelen, rationelen, wil men, cerebralen zin. Dikwijls denk ik aan een paar versregels uit een gedicht van Nijhoff over een avond bij een haven, die, met een variant, aldus luiden: „En de lichten der schepen in het donker/zeggen, dat al wat voorbijgaat/op een reis is zonder thuisreis/ naar een einde, waar God slechts ons bijstaat." — Een dierbare verwante van mij, van wie ik volkomen overtuigd ben, dat zij een echte Christin was, klaagde er in het laatste van haar zware ziekte wel over, dat de mensen zo vaak, met de beste bedoelingen, haar bepaalde dingen in een bepaalden vorm wilden laten zeggen en dat is nu juist, wat ik in het symposiumverslag zo hinderlijk vind. Maar — zal men vragen — is dan de Bijbel zelf niet vol van essentiële formuleringen? Zeker, maar zelfs die kunnen ook nog wel anders gezegd worden, terwijl toch ,,hetzelfde" „bedoeld" wordt, zoals uit minstens twee dingen kan blijken: uit (schijnbare) tegenstrijdigheden en uit de mogelijkheid van vertalen. Het is hier echter niet de plaats voor dieper ingaan op dit punt. Ik moet mij aldoor goed voorhouden, dat mensen nu eenmaal verschillend zijn, ook de Christenen, maar, als ik lees (in A5) : „This (nl. the approach to be used by the doctor) depends of course, upon the individual, but it is best to be as straightforward as possible". ,,I want to talk you about your soul" enz., dan sla ik potdicht. En dan wordt daar een vraag als „Do you believe in Christ?" „ambiguous" genoemd en te vermijden! Is dit niet een van de diepstgaande en allerbelangrijkste vragen en zou deze ook maar iets dubbelzinniger zijn dan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's