Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 274

3 minuten leestijd

222

A. L. JANSE DE JONGE

onderscheid te maken tussen diagnostiek en therapie, is deze scheiding in het psychotherapeutische werk veel minder duidelijk. De eerste zal er veel waarde aan hechten primair te komen tot een duidelijke diagnose en dan op grond van deze diagnose de behandeling inzetten. Dit laatste nu is voor de psychotherapeut niet alleen minder nodig, maar ook veel minder gewenst. Voor de leek, die zich tot een psychiater voor een langere psychotherapie wendt, is dit vaak moeilijk te begrijpen. Zijn vraag is zeer concreet te stellen. Het gaat hem er om te weten wat hem mankeert en hoe lang de behandeling zal duren, en uit de aard der zaak om de vraag of hij weer beter wordt. Deze drie vragen zijn moeilijk zonder meer direct op duidelijke wijze door de psychotherapeut te beantwoorden. Hij wil de cliënt of patiënt trachten uit te leggen dat de diagnose langzaam groeit tijdens de behandeling en dat ook de prognose pas tijdens en door de behandeling zich duidelijker zal gaan aftekenen. Ik meen dat wij hier te maken hebben met een goed voorbeeld van de operationele werkwijze. Door het werk zelf wordt het inzicht in de problematiek en in de typische structuur van de patiënt steeds helderder. Men heeft hier te maken met de typische eigen aard van vrijwel elke psychiatrische werkwijze, zulks in tegenstelling tot het overige gebied van de geneeskunde. In het vorige artikel wees ik reeds op het bruikbare onderscheid van de zijns- en de waardenorm. Ik moet hier in dit verband er echter aan toe voegen, dat juist het zijnsbegrip in de psychiatrie betrekkelijk vaag en onzeker is. Het psychische uit zich in de eerste plaats in beweging, motief en emotie. Dit zijn alle begrippen die iets trachten weer te geven van de zich ontwikkelende en in beweging zijnde persoonlijkheid. Alle ,,zijn" in meer statische zin moet dan ook telkens weer van uit deze beweging gerelativeerd worden. Het is van hier uit gezien te begrijpen dat in het geheel van de psychiatrische wetenschap heden ten dage veel onzekerheid bestaat omtrent de „vastigheid" van deze discipline. Enkele weken geleden is door de Duitse Vereniging voor Psychiatrie een congres gehouden, waar dagen lang geconfereerd werd over de vraag naar de diagnostiek. De typische psychiatrische diagnostiek, het wezen en de waarde daarvan, werd van alle zijden belicht. Eenstemmigheid bestaat op dit gebied allerminst. Men kan samenvattend het probleem wel zó formuleren, dat vooral op het gebied van de psychose en de neurose door vermeerdering van inzicht telkens weer andere fundamentele problemen aan de orde komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's