1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 91
HET INTERNATIONALE GEOFYSISCHE JAAR
71
Het Internationale Geofysische Jaar. Vijf en twintig jaren na het tweede pooljaar zal nogmaals een internationaal georganiseerd geofysisch onderzoek plaats vinden. Opzettelijk is de naam pooljaar vermeden, omdat het nu niet meer uitsluitend of voornamelijk gaat om de poolgebieden, maar omdat thans de dampkring over de gehele aarde het terrein van onderzoek vormt; de equatoriale gebieden zijn voor allerlei verschijnselen even belangrijk als de poolstreken. Dat men hiervoor de termijn van 1 juli 1957 tot 31 december 1958 heeft gekozen, hangt samen met de activiteit van de zon. Deze activiteit, zichtbaar in het verschijnsel van de zonnevlekken, en in geofysisch opzicht belangrijk door de uitbarstingen die zo nu en dan op het zonsoppervlak voorkomen, was tijdens het tweede pooljaar zeer gering. Op grond van de elfjarige cyclus waarin de zonnevlekken toenemen, verwacht men een maximale activiteit in 1958, zodat allerlei verschijnselen in de hoogste luchtlagen, die met de onrust van de zon samenhangen, tijdens het geofysische jaar in volle omvang kunnen worden waargenomen. De zon is namelijk een bron van vele vormen van straling. Behalve het zichtbare licht zendt de zon radiostraling uit, die door de radiotelescopen kan worden opgevangen. Ook is het zeker dat de zon een sterke ultraviolette straling en zelfs röntgenstraling produceert en dat voortdurend hete gassen van het zonsoppervlak omhoog gestuwd worden en voor een deel in de wereldruimte verdwijnen. Het zijn vooral de laatstgenoemde stralingen die tijdens een uitbarsting in de zonneatmosfeer in zeer sterke mate voor de dag komen. Op de buitenste lagen van onze aardse dampkring hebben deze extra-stralingen een geweldige invloed. Zij veranderen de samenstelling en de eigenschappen van de ionosfeer die het klankbord vormt voor de voortplanting van radiogolven; zij hebben invloed op het aardmagnetisme, en laten zich gelden in het verschijnsel van het noorderlicht. Een voortdurende studie van de zon is derhalve de achtergrond van de waarnemingen die op allerlei geofysisch gebied zijn beraamd. De algemene doelstelling. Het onderzoek zal zich uitstrekken over de volgende gebieden van de geofysica: (1) meteorologie, (2) aardmagnetisme, (3) poollicht, (4) ionosfeer, (5) activiteit van de zon, (6) kosmische straling, (7) lengte- en breedtebepaling, (8) glaciologie, (9) oceanografie, (10) seismologie, (11) zwaartekracht en (12) radioactiviteit van lucht en vrater. Het algemene beginsel van het waarnemingsprogram is nu, dat in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's