1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 275
NORM EN NORMALITEIT IN DE PSYCHIATRIE II
223
Dit laatste geldt vooral ten opzichte van de neurose. Ik wees hierop reeds in verband met de verhouding tussen diagnostiek en therapie. Ook van andere zijde kan men dit probleem onder ogen zien. Weijel 3) heeft in zijn recente dissertatie een hoofdstuk gewijd aan de vraag betreffende de neurose en het probleem van de normaliteit. Hij stelt de vraag aldus: „I have often encountered among doctors the idea that psychiatrists ought to be able to cure diseases in the psychiatric field in the same manner as somatologists do in the somatic field. This presupposes that they consider neurosis as being a disease comparable to diabetes or pernicious anemia. But is this true?" Inderdaad gaat het om de vraag „But is this true?" De neurose vindt haar oorsprong in de algemene levensproblematiek, waarbij vooral op de aspecten van beschaving en cultuur de nadruk gelegd wordt. De arts staat nu volkomen in zijn recht wanneer hij de neurose als een ziekte beschouwt, maar het is in de loop der jaren wel duidelijk geworden dat deze zienswijze eenzijdig is. Het ziektebegrip mag op dit gebied dan wel een centraal begrip zijn, het mag toch nimmer een te sterk accent ontvangen. Wanneer iemand jaren lang in een goed huwelijk op een wat infantiele q.q. neurotische wijze verbonden is met de echtgenoot, dan zal niemand zich al te zeer van medische of sociale zijde met dit huwelijk willen bemoeien. Overlijdt echter de partner, dan is de kans groot, dat de achterblijvende met een vaak vrij diepgaande depressie reageert. Van psychiatrisch standpunt doet zich dan de vraag voor of deze depressie nog beschouwd mag worden als een normale reactie, dan wel als een ziekte gezien moet worden. De arts is zeker gerechtigd dit laatste te doen, maar hij moet dan wel voor ogen houden dat deze zienswijze niet alleen eenzijdig is, maar ook zeer gebrekkig. Wanneer hij immers wordt geconfronteerd met diep ingrijpende levensproblemen, dan dient hij zich er voor te hoeden al te snel het pathologische element in de reacties op de voorgrond te stellen. De fout van vele pathographieén over geniale figuren is, dat men normen van min of meer statistische aard gaat aanleggen ten opzichte van de gedragingen van die figuren, normen die volkomen tekort schieten bij een poging deze gedragingen adaequaat te begrijpen en te waarderen. Ik kom liierop straks nog terug. Het gaat er in het algemeen niet om of iemand neurotische trekken vertoont, maar veel meer om de vraag of de betreffende persoon in staat is op operationele wijze met deze trekken om te gaan, dat wil ^) Zie de literatuur aan het slot van het artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's