1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 166
134
H. K. OOSTERHUIS
Latere onderzoekers slaagden er in deze transformatie ook in vitro uit te voeren, dus zonder gebruik van levende muizen en ook bleek de aanwezigheid van de volledige smooth-cel als donor voor deze verschijnselen overbodig te zijn. De omzetting gelukte namelijk eveneens door toevoegen van waterige extracten van door warmte-gedode smooth-bacteriën, die van te voren met behulp van bacterie-filters cel-vrij waren gemaakt. Hoewel de werking nu nog kon worden toegeschreven aan een of ander ultrafiltreerbaar virus, was hiermede toch met zekerheid de aanwezigheid van overlevende smooth-bacteriën uitgesloten. In 1944 konden Avery en medewerkers het extract nog verder zuiveren en zij vonden, dat het actieve agens alle eigenschappen van een hoog polymeer nucleïnezuur vertoont. Thans is dit uit pneumococcen afkomstige actieve principe zo ver gezuiverd, dat het met zekerheid als een desoxyribonucleïnezuur geïdentificeerd is geworden. Een ander voorbeeld van de rol, die desoxyribonucleïnezuren kunnen spelen, wordt gedemonstreerd bij de werking van sommige virussen en vooral de onderzoekingen over infecties van E.coli met bacteriophagen van het T-type hebben bijzonder belangrijke gegevens opgeleverd. De T-coliphagen, die dus de gastheer — E.coli — oplossen, bestaan voor ongeveer 60 % uit eiwit en voor 40 % uit desoxyribonucleïzuren, terwijl ze verder nog zeer kleine hoeveelheden lipiden bevatten. Het eiwit vormt tezamen met het nucleïnezuur een zogenaamd nucleoproteïne en bevindt zich als een soort membraan om het nucleïnezuur heen. Als bij geschikte uitwendige omstandigheden een coliphaag bij coli-bacteriën wordt gevoegd, hechten de phaag-deeltjes zich snel aan het bacterieoppervlak. Spoedig wordt deze adsorptie irreversibel en de bacterie sterft af. Na een zekere latentieperiode ziet men lysis van de cel optreden en een grote hoeveelheid nieuwe phaag-deeltjes vrij komen. Hershey en Chase toonden aan, dat de hoofdrol in dit proces door het aanwezige desoxyribonucleïnezuur gespeeld wordt. Terwijl de eiwit component achterblijft, dringt het nucleïnezuur de geïnfecteerde cel binnen en verstoort daarbij de oorspronkelijke stofwisseling van de gastheer volkomen. In plaats daarvan worden uit de aanwezige voorraad grondstoffen nucleïnezuren gesynthetiseerd, die identiek zijn met de nucleïnezuren van de phaag en tevens vindt synthese van de eiwitmembranen plaats, zodat na verloop van tijd een serie volwaardige virusdeeltjes vrij komt. Hiermede is dus aangetoond, dat mits de omstandighgeden maar geschikt zijn en er voldoende aanbod van uitgangsmateriaal is, nucleïnezuren niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's