Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 42

3 minuten leestijd

30

W. T. P. NIJENHUIS

patiënt, omdat „death-bed conversions do occur" (A9), getuige de moordenaar aan 't kruis? Wel lees ik, dat Christus dit pad niet insloeg, toen onze hemelse medicijnmeester de moordenaar tot zich nam in het Paradijs. Trouwens wat kan men zeggen van stervenden omtrent hun klaarheid van geest? Het is al zo moeilijk tot een gesprek met de levenden over eeuwige dingen te komen. Hoe zouden wij stervenden kunnen bereiken? Zijn zij ontvankelijker voor het evangelie geworden? Hun bewustzijn is vaak beneveld. Wat is voor hen visioen, wat werkelijkheid? Hun gedachten worden afgeleid door pijnen. Al hun lichamelijke en geestelijke krachten worden benut, om de dood tot het laatst weerstand te bieden. Er bestaat een langzaam voortgaande intoxicatie der levensbelangrijke organen. Vaak komt er nog een morphine-injectie bij om de pijnen dragelijk te maken; mag men in deze omstandigheden een mens — een drenkeling, met het hoofd reeds onder de waterspiegel — nog bezwaren met het spreken over dingen, waarvan hem nu zeker 't begrip ontgaat? Resumerende, moet ik besluiten, dat ik grote waardering heb voor de ernst van de schrijvers, dat ik echter ook grote bezwaren heb : men mag in zijn bekeringsijver de eisen, die de medische ethiek stelt, niet uit het oog verliezen en zijn eigen godsdienstige instelling doen prevaleren boven het medische belang; evenzo strekt het tot schade van de patient, als men de onderscheiden taak van arts en predikant niet wil erkennen. Ook mag men niet terwille van een bepaalde bekeringsmethodiek de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt in de waagschaal stellen. Inplaats van te benaderen, stoot men dan af. 6. Wanneer ik mijn persoonlijke opvatting geef over de taak van de arts aan het sterfbed (of aan het ziekbed, dat een sterfbed zal worden), wil ik erkennen, dat de geneesheer aan deze opdracht niet lichtvaardig voorbij mag gaan. De gelegenheid tot getuigen is door zijn dicht samenleven met de patiënt, vaak in hachelijke omstandigheden, gunstiger dan voor een ander. Echter behoort de arts hiervan een wijs en voorzichtig gebruik te maken. De mens, ook de medicus, moet altijd „bereid zijn tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is". En ik kan mij geheel vinden in de laatste woorden van Harriet Hanson op blz. 212: „Daily prayer and awareness of witnessing opportunities are foremost in every part of our Christian walk, but especially in this, our profession". Het gaat er om dat zijn getuigende taak nooit zijn genezende taak

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's