1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 217
OVER DE MELAATSHEID IN DE BIJBEL
175
andere teksten nog enig licht op de juiste interpretatie van het woord zara'ath, maar daarover later. Laten we nu eens aannemen dat de woorden, die hier voor de verschillende benamingen gebruikt zijn, juist zijn; dat de Nederlandse tekst bij benadering weergeeft wat er in de Hebreeuwse tekst staat en laten wij dan nagaan welke ziekte bedoeld kan zijn met de genoemde huidafwijkingen. Nemen wij, om te beginnen de eerste negen verzen. Wij vinden daar de beschrijving van een zwelling, of een uitslag of een vlek, die dit éne karakteristieke moeten hebben, dat zij een witte huid geven met daarop wit geworden haren. Tevens moet het duidelijk zijn, dat het midden van de vlek dieper moet liggen dan de gewone huid. Verder valt op in deze teksten, dat de observatieduur van deze verschijnselen is gesteld op zeven dagen en als het dan nog niet is beslist, op nog eens zeven dagen. Nu komt ontegenzeggelijk veel depigmentatie bij bepaalde vlekken der lepra voor, maar zeker niet altijd. Nooit ziet men daarbij, dat de haren aan deze plaatsen wit worden. De voorwaarde, dat het midden der vlek dieper dan de omringende huid is, is ook iets wat voor de ziekte van Hansen niet op gaat. Een zeer groot deel der vlekken is verdikt en als het midden wat lager schijnt te liggen dan is dat slechts schijn, doordat de randen bij deze tuberculoïde vorm vaak licht verdikt zijn. De voorwaarde, dat deze vlekken na hoogstens twee weken reeds óf zich uitgebreid moeten hebben óf verdwenen moeten zijn, doet de gelijkenis met de ziekte van Hansen vrijwel geheel teniet. Lezen we nu de verzen 9 tot 17. Hierin wordt beschreven de z.g. oudere melaatsheid. Wij lezen hier van de huid der zieken, die wit is met de wit geworden haren, waarin een wond ontstaat. Zo gauw echter de wond genezen is en de witte vlekken zich over het gehele lichaam hebben uitgebreid, is de zieke niet meer onrein, maar rein. Ook hier is weer niets te vinden, dat met de lepra van heden identiek is. Want ten eerste zien we nooit witte lepra vlekken, die het hele lichaam bedekken afgezien nog van de witte haren, maar bovendien is het wond worden der huid, dat inderdaad bij de andere lepravormen niets ongewoons is, bij deze witte vlekken ongewoon. Van het 18de tot het 23ste vers wordt gesproken over het ontstaan van de melaatsheid in een litteken. Dat een litteken wit kan zijn is zeker niets ongewoons en dat daarin een blaar kan optreden, die witachtig of roodachtig is, wij zien het vaak genoeg bij chronische ulcera. Maar dat dit lepra zou zijn, is weer geheel onduidelijk; temeer waar de eis gesteld wordt van het dieper liggen onder de huid en het wit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's