1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 31
DE CHRISTEN-ARTS AAN HET STERFBED
19
of „Heeft U ooit nagedacht over de zonde in Uw leven?" of „Waar gaat U heen als U sterft?" Ik kan niet beoordelen in hoeverre deze introducties bij Amerikanen op hun plaats zouden zijn, maar meen wel te mogen zeggen dat ze onder Nederlanders weinig zouden passen. Mijn eerste bezwaar is, dat deze vragen duidelijk uitgaan van een subject-object-verhouding. De patiënt moet er onmiddellijk in aanvoelen: de dokter wil iets met mij, hij gaat me bewerken. Terwijl m.i. in de gegeven situatie alleen de solidariteit — het bij de ander zijn in zijn nood — tot uitdrukking mag komen. De arts moet zich, naar mijn gevoelen, meer er van bewust tonen, dat hij een diakonia, een dienst, vervult bij het sterfbed, een dienst aan een medemens in nood en een dienst in de naam van de Zoon des mensen, die gekomen is om te dienen. Hij moet alleen maar willen helpen en niet een soort van verhoor afnemen of gaan doceren, zoals hier gesuggereerd wordt. De gestelde vragen (en dat is mijn tweede bezwaar) vloeien meer voort uit de dogmatiek van de arts dan uit de gevoelsreacties van de patiënt op de infauste prognose. Ditzelfde geldt ook voor de richtlijnen, die nu voorts gegeven worden voor het vervolg van het gesprek. Punt 6 zegt, dat „het probleem van de zonde onder de ogen moet worden gezien". Punt 7, dat de liefde van God moet worden geboodschapt, nog wel in deze drieërlei gestalte: als liefde van God in de schepping, in de verlossing door Christus en in het geven van tijd aan de patiënt om tot erkenning van zijn verloren toestand te komen. Terwijl eindelijk punt 8 is, dat de weg des heils duidelijk zal worden gemaakt, waarbij belijdenis van zonde, geloof in Jezus Christus, genade van God, het aannemen van Christus en ten slotte hemel en hel ter sprake dienen te komen. Ik vraag me af: wat een lang sterfbed moet een niet-Christen toch wel hebben om dit alles te kunnen verwerken, terwijl hij, in het aangezicht van de dood, nog zoveel anders te verwerken heeft. Het spijt mij dat ik het zeggen moet, maar ik zou een arts, die aan een sterfbed volgens dit schema te werk ging, een ,,moeilijke vertrooster" vinden. , ,^... Zou het niet beter zijn dat de Christen-arts, in plaats van een dergelijk dogmatisch systeem te volgen, zich regelde naar de gemoedstoestand van zijn patient? Deze zal toch altijd één of andere reactie vertonen op de mededeling dat zijn einde nabij is. Hetzij van droefheid, ontsteltenis, angst, verbijstering, hetzij van schijnbare gelatenheid, onverschilligheid of opstandigheid en wat dies meer zij. Als de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's