1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 219
OVER DE MELAATSHEID IN DE BIJBEL
177
weg wijst die wij moeten zoeken om de betekenis van de bijbelse zara'ath te begrijpen. Maar laten wij eerst nog eens terugkeren tot de eerste verzen van het 13de hoofdstuk. Volgens een zeker Morris Jastrow, taalgeleerde (aangehaald bij Ketting 2)) moeten wij alleen de verzen 2-3 en 9-13 van het ISde hoofdstuk als de oorspronkelijke tekst beschouwen; de rest is uit veel later tijd, door volgende priestergeslachten toegevoegd ter verduidelijking. Ieder, die deze verzen objectief leest en niet vooringenomen is, moet m.i. direct vaststellen, dat hier niets is wat aan de lepra, zoals wij die nu kennen, doet denken. Om nog eens te resumeren, kunnen wij dus kort samenvatten; de zara'ath uit de Bijbel is een huidliiden, dat zich uit door witte, soms ook (volgens de latere toevoegingen) roodwitte, (in geval het lijden ontstaat in een litteken of op de kale hoofdhuid) zwellingen of vlekken op de huid, waarvan het essentiële is, dat zij dieper liggen dan de omliggende huid en dat de haren op die plaats wit zijn. De vlekken hebben de neiging zich snel uit te breiden of terug te gaan. Bij oude gevallen ontstaat iets in de huid, dat vertaald wordt met „wild vlees" (Hebreeuws: „michjah bassar chaj"). Ook deze verzweringen kunnen genezen, waarna het kan gebeuren, dat de witte kleur zich uitbreidt over het gehele lichaam, zodat de priester bevindt, dat de zara'ath het gehele vlees bedekt heeft, maar dan is de door de zara'ath aangetaste persoon rein. Toen ik in het jaar 1937 voor het eerst een lezing over dit onderwerp hield, en een deel van de Leviticustekst voorlas, gebruikte ik niet de vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap maar die van de Lutherse bijbel. En daar las ik als vertaling van de drie belangrijkste woorden uit de beschrijving der melaatsheid: seëth, sapachat en bahereth, niet de nu gebruikte woorden: zwelling, uitslag en lichte plek, maar de woorden gezwel, zweer en blaar. Hier raken wij nu aan een belangrijk punt van mijn betoog. Wanneer wij namelijk de vertalingen van deze drie woorden nagaan in de verschillende talen, dan blijkt dat over de betekenis van deze woorden zeker geen communis opinio bestaat. Volgens de mij ter beschikking staande bronnen wijken de vertalingen in het duits, engels en frans zeer duidelijk uiteen, maar ook oude chaldeeuwse of Syrische vertalingen zouden vrij sterk afwijkende bewoordingen gebruiken. Reeds het verschil tussen de lutherse en de hervormde vertaling van deze woorden is zeer frappant. Als niet deskundige kan ik over de juistheid van de tegenwoordige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's