1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 54
42
H. R. WOLTJER
eigen gemis aan verzekerheid, het moeilijker hebben dan de ander. De hulp en troost, die een dokter biedt, is gelukkig niet gebonden aan zijn vennogen zijn gedachten en gevoelens vorm te geven, aan zijn meer of minder extrovert zijn, maar aan zijn hele optreden. Maar juist t.o.v. patiënten, omtrent wier geestelijke toestand de christen-dokter niet gerust is, kunnen we ons voorstellen, dat hij in grote gewetensnood kan verkeren en hierin ligt ook de drijfveer van het symposiumverslag en ik zou niet gaarne geacht willen worden over de verdienste daarvan licht te denken. Wel zou ik willen vragen, of die verantwoordelijkheid zoveel groter is dan die van de omgang met de patiënten op spreekuur en bij het ziekbed. De C.M.S. zal antwoorden: bij het sterfbed gaat het om de laatste kans. En ik zou dan weer willen vragen: heeft men een „kans" een patiënt werkelijk te bereiken bij de door de C.M.S. aangegeven methode, een kans om iets anders te bewerkstelligen dan vrees, schrik, radeloosheid? Moet het zó? Moet het heus zó? Is er niet een verantwoorder en tevens barmhartiger weg? Een dezer dagen las ik een artikel van Onvlee in „Sola fide" (oktober 1957, blz. 5 e.v.v.) over „Taaivernieuwing uit het evangelie". — Op het eerste gezicht zou men kunnen vragen: wat heeft dat met het onderwerp van dit stukje van node? Het verband ligt in de boven gemaakte opmerking over „vertalen". Onvlee geeft het Soembase woord „mate" voor sterven als illustratie van hoe, met schijnbaar dezelfde woorden, in het Soembaas, na de vertaling van het Evangelie, gezegd kan worden, wat vroeger daarin niet gezegd werd. Toen in Rara, een gemeente in West-Soemba, gedurende enige maanden ziekte en sterfgevallen waren voorgekomen juist binnen de kring van de christelijke gemeente, alsof daar in het bijzonder gevaar dreigde, „hebben heidense familieleden bij hun christelijke verwanten aangedrongen op terugkeer tot de vroegere gemeenschap, die zij hadden verlaten". Maar deze christenen hebben dit afgewezen: „Wij zijn geen christen geworden om niet te hoeven sterven, maar om te kunnen sterven". Zou bij dat „kunnen sterven" niet inderdaad toch de christen-arts zijn patiënten kunnen helpen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's