1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 267
NORM EN NORMALITEIT IN DE PSYCHIATRIE
219
liteit, die niet alleen positivistisch gekleurd is, maar die ook een typisch biologistische opvatting omtrent normaliteit vertegenwoordigt in die zin, dat men tracht uit te gaan van een bepaald nader te omschrijven eenheidspatroon van het menselijk leven. Het is zeer de vraag of een dergelijk voor alle tijden geldend menselijk patroon kan worden aangetoond. Men krijgt de indruk dat men dan uiteindelijk terecht komt bij een zeer vermagerde voorstelling van het menselijk bestaan. 4) Het is dan ook niet te verwonderen dat men tenslotte, alles bij elkaar genomen, gaat streven naar een meer gedifferentieerde opvatting omtrent de normaliteit. Statistisch, klinisch en sociologisch krijgt men zoveel verschillende voorstellingen van de normaliteit, dat men er wel toe over moet gaan een meer functionele voorstelling van zaken te geven. Het functionele normaliteitsbegrip gaat er van uit dat er niet gesproken kan worden van een absolute vorm van normaliteit, maar dat de relaties, waarin de mens leeft, telkens weer bijzonder licht kunnen werpen op zijn gedragingen. Het menselijk bestaan is dermate complex, dat elk individu voor zich slechts een bepaalde vorm van evenwicht en aanpassing kan vinden, die een functioneel karakter draagt. Dat wil in dit verband zeggen, dat slechts een deel van zijn functionele mogelijkheden tot ontwikkeling komt en dat met dit functioneel beperkte aspect bij de beoordeling van de mens rekening gehouden moet worden. Vanuit deze functionele zienswijze ontwikkelt zich een operationele benadering van het normaliteitsbegrip. Functionaliteit en operationaliteit hangen ten nauwste samen. De psychiater die het functionele gezichtspunt tot op bepaalde hoogte voor zijn practische werkzaamheden aanvaardt, zal trachten zijn vraagstelling op operationele wijze in te kleden. Hij gaat daarbij over tot de pragmatische zienswijze en vraagt zich niet meer af of iemand beantwoordt aan bepaalde normen van een absoluut normsysteem, maar gaat zich steeds meer afvragen of en op welke vdjze iemand behandeld kan en moet worden. Het gaat niet meer om de vraag „Is hij normaal?", maar „Kan de patiënt zodanig geholpen worden, dat hij op bevredigende wijze zijn levensproblemen zelf aan kan". Om deze vragen te beantwoorden zal de psychiater steeds meer rekening moeten houden met tal van factoren die hij langzamerhand gaat leren zien en herkennen en kan hij zelf zijn bijzondere wijze van diagnostiseren als hulpmiddel bij het herkennen van stoornissen gaan gebruiken. Dit laatste is vooral van belang bij de steeds groeiende samenwerking tussen psychiater en maatschappelijk werker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's