1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 122
98
K. H. VOOUS
overgebleven olifanten, met name uiteindelijk de drie overgebleven stieren, een ware terreur uit, opgezweept door hun vervolgers. In heftige geschriften zweepten de gemoederen van de natuurbeschermers en de boeren zich tegen elkaar op. De Raad van Curatoren van de Nationale Parken in Zuid-Afrika keerde jaarlijks aanzienlijke bedragen uit als schadevergoeding aan de door olifantenbezoek benadeelde boeren en besteedde voorts een enorm bedrag aan proefnemingen met tegen olifanten bestendige omheiningen. Toen in beide kampen het geduld vrijwel was uitgeput en zelfs het treinverkeer naar en van Port Elizabeth door aanvallende olifanten enkele malen ernstig was gestagneerd, slaagde, tegen ieders verwachtingen in, de veldwachter G Armstrong er in een hekwerk te ontwerpen, dat de kracht van olifanten bleek te kunnen weerstaan. Er waren toen minder dan 10 olifanten overgebleven. De omheining, die 2.40 m hoog is, was in september 1953 voltooid en sluit met een lengte van ongeveer 18^^ km een gebied van omstreeks 2.700 ha af. Hij bestaat uit in totaal 2.550 diep in de grond geslagen trein- en tramrailstaven van ruim 4 m lengte en 20.000 houten palen die alle door strak gespannen staalkabeldrade.a van ly^ cm dikte zijn verbonden. De gemeentebesturen van Port Elizabeth en Johannesburg en een grote kabelfabriek hebben medegewerkt om door het gratis of zeer goedkoop ter beschikking stellen van rails en 65 km kabel de oprichting van de reddinggevende omheining mogelijk te maken. In de weinige jaren na 1953 zijn de olifanten langzamerhand weer tot rust gekomen; in 1957 was de kleine kudde aangegroeid tot 24 stuks. De door zijn onveiligheid berucht geworden streek heeft een aantrekkingskracht voor toeristen gekregen en de omringende boeren zijn tevreden gesteld. Terecht moeten wij ons thans de vraag stellen: wat is de drijfveer geweest om tot zulk een betrekkelijk hoge prijs de olifanten van Addo in stand te houden en aldus te trachten de natuur, zij het in een omheining, te bewaren? Alvorens deze vraag te bezien en aldus terug te keren tot het uitgangspunt: „waarom natuurbeschermingF', kan het van nut zijn de positie van de Zuid-Afrikaanse olifant te vergelijken met die van de olifant in een geheel ander deel van de wereld en wel op C e y l o n ^). Van de op dit eiland levende I n d i s c h e O l i f a n t zijn naar schatting thans nog omstreeks 900 stuks over. In de periode 1953—1956 zijn minstens 200 van hen gedood, omdat zij schade deden aan de rijstvelden. Ook hier wordt dus de tegenstel1) Buil. Int. Union Protection Nature, 3, 1954, p. 2. Buil. Int. Union Conservation Nature, 5, 1956, p. 2.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's