1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 32
20
J. G. FERNHOUT
arts, aansluitend daaraan, eens begon met de liefde van God voor ogen te stellen zoals deze zoekend, nodigend, helpend, reddend in Christus zich openbaart en hij trachtte voorts tot overgave aan die liefde te bewegen — zouden de daarop volgende reacties hem niet de weg wijzen, waarlangs het gesprek verder moest verlopen? Bleef hij zodoende niet dichter bij de actuele nood van de patiënt en tevens bij de bron van de enige troost in leven en sterven? Men behoeft geen zakken vol graan uit te storten over het akkertje van een mensenhart om hoop te kunnen koesteren op het ontkiemen van nieuw leven. Een enkele zaadkorrel, die men laat vallen in wat een „opening" schijnt te zijn, kan voldoende wezen. Als we het maar doen onder stil of, als de patiënt daarmee instemmen kan, een uitgesproken beroep op de werking van Gods Geest. Zou God in het verborgen niet bezig zijn met iedere stervende? Overigens verdient m.i. de missionaire instelling van de deelnemers aan het symposion alle waardering. En ook navolging. Het komt mij voor dat geen mens groter kans heeft om van beslissende betekenis te zijn voor een stervende niet-Christen dan de arts die hem behandelt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's