Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 286

2 minuten leestijd

234

L. VLIJM

kan men de term „niche" gebruiken. Deze term is het eerst door Elton in 1927 gebruikt om de relatie tot voedsel en vijanden van een dier aan te geven. Door anderen (o.a. door Park in Allee, Emerson, Park, Park en Schmidt, 1949) wordt niche opgevat in de zin van woonplaats, waardoor het eenzelfde betekenis krijgt als habitat. In verband hiermee is er door Savage in 1958 op gewezen dat het voorkeur verdient om niche functioneel op te vatten, in dezelfde zin als het door Elton werd ontworpen, maar uitgebreider, niet beperkt tot voedsel en vijanden. Het geeft dan het totaal der levensverbanden van een dier aan. Habitat geeft de plaats aan, waar men het dier aantreft, niche geeft aan de functionele verbanden van een dier met zijn omgeving, o.a. tot voedsel en vijanden. Het is dus een zeer complex begrip, dat ook voor de verschillende levensstadia van een dier variabel is. In deze zin opgevat, wordt het door Ross in 1957 verkeerd gebruikt, wanneer hij stelt dat 6 soorten cicaden, die hetzelfde voedsel, i.e. het sap van platanenbladeren, gebruiken, eenzelfde niche innemen. De niche omvat meer dan alleen de relatie tot voedsel. Een dier leeft dus binnen een biotoop, een betrekkelijk homogeen gebied, dat als woonplaats dient van een biocoenose, een aantal dieren en planten die juist daar voorkomen. Binnen dit biotoop wordt het dier op bepaalde plaatsen geregeld gezien: die plaatsen vormen zijn habitat. In dit bewoonde gebied vult het dier een bepaalde niche; het heeft bepaalde relaties tot de levenloze en levende objecten die het omringen. Via deze begrippen, biotoop, habitat en niche, hebben wij iets van de positie van het dier in zijn omgeving gezien. Tezamen vormen zij een omschrijving van de oekologische omstandigheden waaronder een dier leeft. Teruggrijpend op onze inleiding zouden we kunnen zeggen dat het, voordat iets over het huis van Robinson Crusoe kan worden opgemerkt, noodzakelijk is te weten hoe het eiland er uit ziet, welke plaatsen hij voornamelijk bezoekt en de relaties die hij heeft tot de vegetatie en de dierenwereld. Die oekologische omstandigheden hebben tot nu toe onze aandacht gehad. Wanneer wij nu vervolgens gaan zoeken naar zijn huis, dienen we te letten op zijn gedragingen, op de ethologische relaties. En dan wel de gedragingen in zoverre zij verband hebben met de omgeving waarin hij leeft. Wij houden ons dus bezig met de ethologische oekologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's