Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

2 minuten leestijd

CONSERVATISME EN PROGRESSIVITEIT IN DE CHEMIE *) door G. J. HOIJTINK

Bij een beschouwing over conservatisme en progressiviteit loopt men gemakkelijk gevaar eigen standpunt als progressief te beschouwen en alles wat daarmee niet strookt tot conservatisme te proclameren. Wanneer ik daarom een ogenblik met U zal stilstaan bij het conservatisme en de progressiviteit in de huidige natuurwetenschap, waarbij ik in het bijzonder de nadruk zal leggen op dat gedeelte van de natuurwetenschap, waarin ik mijzelf het beste thuis voel, dan zal ik trachten een dergelijke subjectieve houding, zoveel als menselijkerwijze mogelijk is, te vermijden. En hierin zal ik het beste slagen, wanneer ik een stap terug ga in de geschiedenis van de chemie en om dan samen met U de ontwikkeling te volgen, die tot de huidige wetenschapsbeoefening in de chemie heeft gevoerd. De geschiedenis van de chemie is in vergelijking tot die van de fysica en de wiskunde nog zeer jong. Omstreeks het einde van de achttiende eeuw was van de chemie als zelfstandige wetenschap nog geen sprake; het weinige dat op chemisch terrein was bereikt was door fysici tot stand gebracht. Bekende natuuronderzoekers, als Boyle, Priestley, Dalton, Faraday e.a. deden zowel onderzoekingen op chemisch als op fysisch gebied. Wel kende men reeds eeuwen lang de zogenaamde alchemie, doch deze richting onderscheidde zich zowel wat uitgangspunt als doel betreft van het wetenschappelijk onderzoek. Van een werkelijke bloei van het chemisch onderzoek is eerst dan sprake, wanneer het experiment een centrale plaats krijgt en men de experimenteel verkregen resultaten tracht te analyseren in eenheden, die men vervolgens door middel van het synthetisch denken weer tracht samen te stellen tot tussen de elementen geldende verbanden. De mathesis begint dan een onmisbaar hulpmiddel te worden om de kwantitatieve betrekkingen tussen de gevonden kwaliteiten ondubbel*) Interfacultaire voordracht, 21 februari 1958 gehouden aan de Vrije Universiteit. Het geheel van de vijf 17—21 februari gegeven interfacultaire colleges zal bij de Uitgeversmaatschappij J. H. Kok N.V. uitgegeven worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's