Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 258

1 minuut leestijd

NORM EN NORMALITEIT IN DE PSYCHIATRIE, I door A. L. JANSE DE JONGE

Ieder kent wel de discussies die tenslotte uitlopen op de vraag: „Wat is normaal?" Meestal is het resultaat van een dergelijk gesprek dat het antwoord met een licht gevoel van ontmoediging ontweken wordt en men geredelijk erkent dat dit probleem wel onoplosbaar zal blijven. De leek verwijt graag aan de psychiater dat hij te gemakkelijk bepaalde gedragingen en handelingen als abnormaal waardeert en is anderzijds dikwijls onzeker omtrent de vraag of eigen gedragingen wel als normaal gezien mogen worden. Vaak verlangt hij van de zenuwarts een duidelijke conclusie ten opzichte van deze problemen. De psychiater wordt dan gezien als de deskundige die mo jt beoordelen of in bepaalde gevallen van normale of abnormale gedrag,..<pn sprake is. Het is bijv. bekend dat in de rechtspraak aan deze vraag een grote waarde wordt toegekend, terwijl ook bij medische keuringen herhaaldelijk discussies gaande zijn over het probleem normaal of abnormaal. Het is echter van belang zich duidelijk voor ogen te stellen, dat bij de beantwoording van deze vraag telkens een lichte verschuiving naar een ander gebied optreedt. De leek hecht aan het begrip „normaal" een andere betekenis dan de medicus. Bij de rechtbank wordt uiteindelijk niet gevraagd of de gedragingen van de delinquent normaal zijn, — want dat zijn ze uit sociaal oogpunt gezien uit de aard der zaak nimmer —, maar er wordt gevraagd of de delinquent toerekeningsvatbaar geacht kan worden. Ook bij de keuringen treedt de vraag omtrent de normaliteit in wat andere gedaante naar voren en komen vooral de begrippen ziekte en gezondheid aan de orde. Het is dan ook wel duidelijk dat de vraag naar de normaliteit zich telkens richt op een bepaald gebied van het menselijk leven en dat het antwoord op de gestelde vraag afhangt van het terrein waarop men zich begeeft. Wanneer dan ook de vraag „Wat is normaal?" met een zeker ontmoedigd gebaar ter zijde geschoven wordt, dan hangt dit vaak samen met het feit dat men zich niet voldoende bezint op de begrippen norm en normaliteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 258

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's