1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 262
214
A. L. JANSE DE JONGE
matiek van „Das psychisch Abnorme", een studie die ik in het tweede deel van mijn artikel vooral hoop te citeren. Zeer recent is de publicatie van een groep Amerikaanse onderzoekers, die onder de titel „Explorations in social psychiatry" een aantal beschouwingen geven over de problematiek van gezondheid en ziekte binnen het terrein van de sociale psychiatrie. De vraag naar de verhouding van gezondheid en ziekte in het algemeen wordt steeds moeilijker te beantwoorden. Er trad op dit gebied in de loop van de laatste 50 jaar een verschuiving en vervaging van grenzen op die veelzeggend is. Er is een reeks oorzaken aan te wijzen voor het feit dat de grenzen op dit gebied vervaagd zijn. Aan deze vervaging hebben zowel dieptepsychologische inzichten als ervaringen op het gebied van sociale psychiatrie en geestelijke volksgezondheid medegewerkt. Het is bekend dat vooral de dieptepsychologie onder leiding van Freud er toe bijgedragen heeft dat de zekerheden van de mens, die zich normaal achtte, ondermijnd werden. Sinds men geleidelijk tot de opvatting overging, dat in ieder mens krachten en neigingen aanwezig zijn die vanuit sociaal oogpunt minder gewaardeerd kunnen worden, voelt ook de leek zich enigermate onzeker worden. Vandaar vaak de wat met ressentiment geladen vraag aan de psychiater of hij nog wel iets of iemand als normaal kan zien. Met name het onbewuste heeft op dit terrein een slechte naam gekregen en Freud zelf heeft dan ook uitgesproken, dat de absolute normaliteit binnen het menselijk leven onmogelijk te realiseren is. Het conflict, hetzij dit gezien wordt als de strijd tussen bewust en onbewust, tussen goed en kwaad of tussen sociaal aangepast en niet aangepast, is altijd in de een of andere vorm aanwezig. De min of meer tragisch getinte opvatting, dat het conflict behoort tot het wezen van het menselijk bestaan, is langzamerhand gemeengoed geworden van de Westerse beschaving. Ditzelfde geldt voor de opvatting omtrent het menselijk geluk. Ook hier ziet men dat in de 19e eeuw en ook daarna het besef ontwaakt is dat elke vooruitgang maar zeer relatief gewaardeerd kan worden. Het gaat behoren tot het wezen van de normaliteit in zuiver empirische zin, dat deze normaliteit juist doorweven is met tegenstrijdige motieven. Schoolvoorbeelden op medisch gebied zijn bijvoorbeeld de caries die jarenlang beschouwd werd als „normaal" verschijnsel en vaak wordt ook de uitspraak van P. J. Möbius geciteerd omtrent de „Physiologische Schwachsinn des Weibes". Afgezien van de vraag of dit laatste voor de vrouw geldt, — ik meen zeker dat dit niet het geval is — kan men wel zeggen dat in statistische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's