1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 129
105
DISCUSSIE
2 Over een onderdeel gaarne een opmerking de referent heeft vooral de westerse mens als de schuldige aangewezen Maar is ook de roep om natuurbescherming juist ook niet door de westerse mens aangeheven' Is er bij de inheemsen in Afrika een drang tot conservatie van dieren enz. te constateren' Antwoord spreker 1 Hoeveel nieuw verlande veengebieden — op enige grote schaal — worden er bijv in West-Europa nog aangetroffen' In de weinige die nog bestaan ontbreken dan nog de grote zoogdieren en vogels, die enkele honderden jaren geleden deze gebieden plachten te bevolken Door regulatie van het waterpeil word vele moerassige gebieden gecultiveerd en de daar aan grenzende reservaten worden op deze wijze „geruisloos", doch gelijktijdig aan het nog resterende natuurbezit van West-Europa onttrokken 2 De westerse mens beschikt uiteraard over veel meer en doeltreffender technische vermetigmgsmogelijkheden dan de andere mensen Het ontstellende beeld van de natuurvernietiging over de gehele wereld kon aan ook met anders dan het eerst door hem worden aanschouwd en herkend Daardoor is de overtuiging, dat er een keer dient te komen m het V, anbeheer over de natuur eerder levendig geworden bij de bevolking in Europa en Noord-Amerika, dan elders m de wereld De heer Vlijm
vraagt
1 Is het met zo dat het accent te veel is gelegd op de grote zoogdieren en het betoog daardoor toch enigermate ,,romantisch" w o r d t ' Ondanks het feit dat deze door de mens uitgeroeid zijn, blijven er toch delen bewaard die we nog wel „natuur" zouden kunnen noemen, omdat ze dooreen min of meer ,,natuurlijk" evenwicht m stand blijven Ook wanneer de mens niet ingrijpt, sterven de dieren uit 2 Komt men met het hanteren van het begrip onrecht, m verband met de positie van de mens in de natuur, met m strijd met de cultuuropdracht, die de mens toch ook van God kreeg Deze cultuuropdracht impliceert toch met het onrecht dat de mens m de natuur doet' Antwoord
spreker
1 Ik heb het voorbeeld van de grote zoogdieren gekozen, omdat dit msschien het meest spectaculair is en misschien het meest geschikt is om de mens tot bezinning te dwingen Maar hebben de eveneens genoemde voorbeelden van ontbossing en woestijnvorming niet betrekking op een totale fauna- en flora-vermetigmg' Ook in door menselijke misgiepen tot stand gekomen woestijnen kan men (gelukkig nog) leven ontdekken, ook aan een met gras begroeide wegrand en m een waterdruppel uit de dakgoot Doch verschuift men op deze wijze de hier aan de orde gekomen vraag van „wat verdwenen is" met naar de zijde van „wat nog over i s " ' En zou er ooit een tijdvak m de lange wereldgeschiedenis zijn geweest, waarin zo vele plant- en diersoorten m zo korte tijd (enkele eeuwen) zijn uitgestorven als het tijdvak waarin wij thans leven' 2 Persoonlijk zie ik de uitvoering van de genoemde cultuuropdracht van de mens helaas alleen m het vlak van de zonde de mens kan niet anders dan zondigen (een met licht te nemen schuldbelijdenis), met alleen ten opzichte van de medemens, maar ook ten opzichte van de natuur Dat wil met zeggen, dat de mens zich daar zo maar bij mag neerleggen Integendeel hij heeft de opdracht tegen die zonde te strijden, ook m het beheer over de natuur Hij zal evenwel met in staat zijn alleen met eigen kracht te overwmnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's