Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

2 minuten leestijd

OVER DE MELAATSHEID IN DE BIJBEL door K. P. C. A. GRAMBERG

Het was in het jaar 1936 dat ik, terwijl ik bezig was aan het samenstellen van een feestbundel naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de: „melaatsenkolonie Donorodjo", — als door de bliksem getroffen werd door een gedachte, die mij sindsdien niet meer los gelaten heeft, nl. deze gedachte: de Bijbel is voor een groot deel verantwoordelijk voor het buitengewoon zware lot der lijders aan lepra in een zeer groot deel der wereld, terwijl er in de Bijbel eigenlijk niet over de ziekte, die wij nu lepra noemen, wordt gesproken. Reeds vanaf het jaar 1921 had ik als opvolger van de bekende zendingsarts Bervoets, de leiding gehad over de inrichting, die wij toen nog noemden: melaatseninnchting Donorodjo. En wat was in de 15 jaar daarop volgend eigenlijk — naast allerlei maatschappelijke zorg en enige weinige symptomatische therapie — mijn werk met deze zieken geweest? Het beschermen van deze stakkers tegen de ongunst, ja de afschuw van het publiek. Niet de therapie was belangrijk (trouwens, wat konden wij in die dagen helpen? immers zo goed als niets), niet het geven van een onderdak en voeding was het belangrijkste, maar het daaglijks weerkomende vraagstuk was: hoe helpen wij deze mensen tegenover de maatschappij, die hen meedogenloos, op de meest harteloze wijze uitstoot? Steeds weer was het vooral bij de poliklinische patiënten: hoe hen te helpen opdat zij hun baan niet kwijt zouden raken? opdat hun familie niet tot armoede zou vervallen? hoe hen te beschermen opdat zij hun menselijke waardigheid niet zouden verliezen en hoe hen te vertroostten als de uitstoting een feit was geworden? En het meest hinderde mij dat ik steeds moest ervaren dat overal waar het christendom doordrong, de angst voor de lepralijder, die oorspronkelijk er niet was, ontstond. De mohammedaanse Javaan kent de afschuw voor de lepralijder niet, maar de christen-javaan kent die afschuw wel. Met het Evangelie der Liefde, kwam mee voor deze lijders de uitstoting: de meest wrede straf die de menselijke samenleving kent. Maar ik zag niet hoe ik hieraan iets kon doen, het was immers altijd zo geweest, totdat, zoals ik juist reeds aanduidde, het mij opeens als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's