1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 185
DE VOEDING EN VOEDSELVOORZIENING DER WERELD door B. C. P. JANSEN Al sedert oude tijden weten we, dat de mens voeding nodig heeft om in leven en gezond te blijven. Pas in de laatste paar eeuwen weten we iets meer over de optimale quantiteit en de qualiteit van onze voeding. De eerste, die tot het moderne inzicht in de voedingsprocessen kwam, was Lavoisier, in de laatste helft der 18e eeuw. Een halve eeuw later vond onze landgenoot G. J. Mulder, dat voor een goede voeding eiwitten nodig zijn. Nog een halve eeuw duurde het eer, vooral Duitse, Engelse en Amerikaanse onderzoekers zagen, dat eiwitten opgebouwd zijn uit 20 a 30 aminozuren, waarvan slechts ongeveer een 10-tal noodzakelijk voor onze voeding zijn, terwijl ons lichaam zelf in staat is, de overigen uit andere stikstofverbindingen op te bouwen. Pas in het begin van onze twintigste eeuw gelukt het de Hollandse onderzoekers Eykman en Grijns aan te tonen, dat er nog andere stoffen „vitamines", zij het in uiterst kleine hoeveelheden (voor de afzonderlijke vitamines, verschillend van 0.001 mg tot enige tientallen milligrammen per dag) noodzakelijk zijn voor leven en gezondheid van de mens. We weten nu echter ook, dat we hiermee nog niet aan het einde van de voor ons leven en gezondheid op de duur noodzakelijke bestanddelen van onze voeding zijn. We kennen van deze bestanddelen reeds een goede 50-tal, die we samenvatten onder de naam nutriënten, n.l. een tiental aminozuren, verder vetten en koolhydraten of suikers, ruim 20 vitamines, en nog enige tientallen anorganische stoffen, waarvan we per dag enkele grammen of (van de z.g. sporenelementen) onderdelen van milligrammen nodig hebben. Tenslotte weten we nu, dat we er dan nóg niet zijn, maar dat we nog (één of meer) animal-protein-factoren(en) (dierlijke-eiwit-factor) behoeven, die waarschijnlijk slechts in uiterst geringe hoeveelheden in onze natuurlijke voeding voorkomen. Reeds van oude tijden af wist de mens, door beleg van een vijandelijke stad, de voedsel-toevoer af te snijden, en daardoor tot overgave te dwingen. Maar pas in onze eeuw heeft men dit ,,wapen" toegepast op hele volken of getracht toe te passen. Ook hebben we in de laatste decennia pas gemerkt, dat op vele plaatsen ter wereld, in de z.g. on-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's