1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 113
WAAROM NATUURBESCHERMING?
89
Afrika alleen nog in twee kleine natuurreservaten in Zoeloeland, nadat hij ook in het gebied van het Krugerpark is uitgeroeid. In 1702, dus precies 50 jaar na de landing van Van Riebeeck, werd in de Kaapse vlakte reeds de laatste olifant in de onmiddellijke omgeving van Kaapstad geschoten waar zij honderden eeuwen hadden geleefd: thans zijn olifanten in de Unie van Zuid-Afrika alleen nog gespaard gebleven in het omheinde Addo-reservaat nabij Port Elizabeth (minder dan 30) en het ontoegankelijke Knysna bos (minder dan 10), alsmede in het Krugerpark, waar zij evenwel pas na 1903 weer zijn verschenen, nadat zij ook daar waren uitgeroeid. Van de zeer vele millioenen springbokken, bontebokken, blesbokken, cjuaggas, zebra's, wildebeesten en andere antilopen, die de uitgestrekte grasvlakten van Zuid-Afrika hebben bewoond, is nauwelijks iets over: de blauwbok is door de mens uitgeroeid (omstreeks 1800), evenals de quagga (1884); van de Kaapse bergzebra leefden er in 1955 nog hoogstens 20 exemplaren; het zwarte wildebeest komt alleen in een paar omheinde reservaten en in dierentuinen voor (in 1945 omstreeks 1.000 exemplaren), het is in het wild uitgestorven; de bontebok is op het laatste ogenblik gered in een speciaal voor hem ingericht nationaal park en omringende boerenplaatsen in de zuidelijke Kaap Provincie, waar in 1954 in totaal omstreeks 300 exemplaren bleken voor te komen; blesbokken en springbokken leven thans vrijwel uitsluitend op omheinde erven en worden meer als een weinig schuw siervee gehouden, dan dat zij zich als wilde dieren kunnen gedragen; hun trek- en zwerfbewegingen hebben zij reeds lang moeten prijs geven. De Kaapse leeuw is uitgestorven (omstreeks 1865). Binnen drie honderd jaar is in Afrika in feite een fauna vernietigd, die vele eeuwen lang hier had geleefd en die nergens elders in Afrika kan worden teruggevonden. De snelheid waannede deze vernietiging heeft plaats gevonden is opmerkelijk. Binnen veertig jaar hadden de voortrekkers in het gebied van de Oranje Vrijstaat alle leeuwen vernietigd, nadat zij in de periode 1835—1837 onder leiding van Louis Trichardt in deze streeks reeds bijna 250 leeuwen hadden gedood. Nog in 1860 konden op nog geen 10 km afstand van Bloemfontein, de tegenwoordige hoofdstad van de Oranje Vrijstaat, bij een grote drijfjacht omstreeks 30.000 stuks groot wild worden samengedreven, waarvan er zeker 1.000 werden gedood. De v e r n i e t i g i n g v a n d e f l o r a van de wereld is bij een eerste beschouwing misschien minder indrukwekkend dan die van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's