1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 121
WAAROM NATUURBESCHERMING?
97
„Tussen die Suurberge en Sondagsriviervallei, skaars 40 myl vanaf Port Elizabeth i), lê hierdie bekende en berugte bos van meer as 20,000 morg waarvan 8,000 afgesny is vir die Nasionale Addo-olifantpark. Eeue lank was dit 'n ontoeganklike wildernis waarin roofdiere, olifante, renosters en buffels bosvelddramas laat afspeel het. Vir die inboorling was dit die ondeurdringbare, vir die jagter die onbekombare en vir die landbouer, die ongenaakbare. Namate die mens steeds nader en nader aan hierdie spekboomruigte gekom het, na daardie mate het die diere hier 'n toevlugsoord gevind — 'n toevlugsoord met spesifieke en unieke eienskappe, waarby die dier hom moes aanpas ten einde te bestaan" (p. 2). Hier gold de tegenstelling mens-natuur in al zijn werkelijkheid. Sinaasappelplantages, havervelden en groententuinen werden door olifanten bezocht en geplunderd, omheiningen werden door hem vernield, waterpompen werden gebroken en omver geworpen. Zodat in 1919 de provinciale regering van de Kaap Provincie aan een bekwame beroepsjager, majoor P. J. Pretorius, opdracht gaf de olifanten in het Addo-bos te vernietigen. Met onbeschrijfelijk veel moeite wist deze moedige jager binnen elf maanden 120 olifanten te doden; hij slaagde er niet in de overgebleven 15 olifanten te bereiken en verliet het gebied, dat nadien berucht zou worden om de kwaadaardigheid van zijn olifanten. In de daarop volgende jaren werden de olifanten onafgebroken door boeren uit de omgeving bestreden, waarbij aan beide zijden doden vielen. De kwaadaardigheid van de olifanten nam hand over hand toe, de onveiligheid bij nacht werd berucht en meer en meer ongelukken met dodelijke afloop werden vermeld. Dit was de situatie toen in 1931 een gedeelte van het Addo-bos tot nationaal natuurreservaat werd verklaard en pogingen werden aangewend het gebied te omheinen, teneinde de boeren te bevrijden van de vernielende strooptochten van de olifanten en omgekeerd deze laatste te beschermen tegen het geweervuur van de boeren. Geen omheining, hoe sterk ook, noch onder electrische stroom staande draden, lawaai of automatisch geweer- of waarschuwingsvuur konden de olifanten, die geneigd waren elk menselijk wezen, koe, geit of paard, onverhoeds aan te vallen en te doden, weerhouden van bezoeken aan de nabij gelegen plantages. Evenmin konden de boeren ervan weerhouden worden elke ontmoeting met de gevreesde olifanten met geweervuur te beantwoorden. Dicht onder de rook van de grote havenstad Port Elizabeth en nabij een belangrijke verkeersweg oefenden de weinige •i) 1951: 215.416 inwoners.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's