1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 116
92
K. H. VOOUS
Schneiders woorden w e r d e n in 1930 in het Javaanse bosbouwkundige tijdschrift „Tectona" i) herhaald, doch wie luisterde er naar? Thans is de plundering van onze planeet een nachtmerrie geworden voor bosbouwers, landbouwkundigen en economen, die zich voor het probleem gesteld zien een met toenemende snelheid zich vermeerderende wereldbevolking van mensen te voeden en te onderhouden. Voor d e uitgave van één zondagseditie van een groot N e w Yorks dagblad is een hoeveelheid papier nodig, afkomstig van de stammen van naar men beweren wil 15.000 bomen. Zouden wij ons dan niet treurend aansluiten bij d e woorden van B. Grzimek 2); ,^en met enorme advertenties, waarin scheercrême, bier, whisky en nylons worden aangeprezen, vernietigen wij onze toekomst. . . .". Dit is het treurige beeld van de natuur van de wereld van heden, die een verontschuldiging voor het stellen van d e vraag „waarom natuurbeschermingP" wel overbodig maakt. Waartegen moet dan de natuur worden beschermd? Is het bovenstaande niet het duidelijke bewijs, dat het d e mens is, die d e natuur bedreigt en de natuurlijke hulpbronnen vernietigt? H e t is de mens, die doodt om het genot van het doden; die d e planten- en dierenwereld tot handels- en winstobject maakt ten behoeve van enkelingen; die h e t dynamische evenwicht in d e natuur verstoort door ingrijpende, eenzijdige vernietiging van flora en fauna, door het uitstrooien van dood en verderf zaaiende insecticiden, door het als slachtvee vernietigen van d e walvissenstand, door het onbewoonbaar maken van zeeën, zeebodems, eilanden en uitgestrekte landstreken met onontbindbare zwarte oliemassa's en door radioactiviteit. Tot grootscheepse ingrepen in de natuur en vernietiging op grote schaal is met n a m e d e Europese mens, zowel in zijn eigen land als in andere werelddelen, in staat gebleken. H e t zou evenwel onjuist zijn daarom te veronderstellen, dat de mens niet tot de natuur behoort. Hij heeft daar van huis uit in geleefd en heeft, puttend uit d e vele bronnen van d e natuur, zijn cultuur opgebouwd. D e cultuur en de daaruit voortvloeiende veeleisendheid en de bevolkingsaanwas van d e mens dreigen tot een niet te stuiten, zichzelf en d a a r m e d e ook de mens vernietigende kracht te worden. Daarom was d e titel, „L'Homme contre la Nature" ^), van een in 1955 door d e ^) -) ")
Tectona, 23, 1930, p. 146—147. Dr B. Grzimek, „Geen plaats voor wilde dieren" (Baarn), p. 8. ,,Man against Nature", The Unesco Courier, 11, 1958
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's