Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 127

3 minuten leestijd

WAAROM NATUURBESCHERMING?

103

wereld een obsessie. Wij zien het verschijnsel, dat velen, die de grote sociale en internationale problemen van deze tijd niet onder de ogen durven zien, zich aan de natuur gaan wijden, als konden zij daarin een l a a t s t e s t u k j e v a n d e p a r a d ij s t o e s t a n d vastgrijpen: een rest van de nog niet door de mens bedorven wereld, waarin mens en dier vredig naast elkaar bestaan. Met deze gedachte eindigt de jiroloog van het boeiende verhaal over de bescherming van de Addo-olifanten i) : „So word hierdie bos, met sy geheimsinnige deinserigheid bewaar om aan die geslagte van die volgende eeue te wys hoedat hierdie deel van die wereld gelyk het in die H a n d e van die Skepper". Men kan moeilijk ontkennen, dat dit motief voor natuurbescherming krachteloos is; doch het is niet volledig. D e mens heeft d e opdracht vooruit t e gaan en een vlucht „terug naar d e natuur" is met deze opdracht niet in overeenstemming. Deze vlucht leidt bovendien licht tot natuurverheerlijking, waarbij de natuur terwille van haarzelf, los van haar Schepper, wordt beschermd en verafgood. Of hij leidt tot nihilistische opvattingen, zoals die van B. Grzimek in diens, overigens zeer verdienstelijke boek „Geen plaats voor wilde dieren" : gealarmeerd door de overweldigende bevolkingstoename van de mens en de even snelle verdwijning van het dierenleven, kiest deze schrijver stelling tegen de mens (zichzelf) en beschrijft de door de tsetse-vliegen bewoonde tropische streken van Afrika als „door de tsetse-vlieg (tegen d e mens!) 2) beschermde gebieden" (p. 24). Doch ook Grzimek kan het heimwee naar een niet door de mens geschonden wereld niet verbergen, wanneer hij het oerwoudgebied van de Midden-Afrikaanse pygmeeën beschrijft als een „laatste paradijs". Inderdaad, ware het niet, dat de mens behalve een opdracht ook een belofte h a d meegekregen, een belofte van verzoening van zijn w a n d a d e n en van de komst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarin gerechtigheid woont, dan zou zijn voortbestaan op deze wereld, waarin hij de „age of extermination" heeft ingeluid, ondragelijk zijn. Doch hij dient met kracht alles in het werk te stellen om een wanbeheer van de huidige wereld en zijn schatten te voorkomen. D e prijs, die hij voor het behoud van de overgebleven stukjes n a t u u r zal moeten betalen, zal hoog zijn; hij zal die niettemin moeten betalen, omdat hij reeds zo veel van zijn Scheppers gaven verspild heeft. 1) „Die Addo Olifante", Publikasie Raad van Kuratore vir Nasionale Parke van die Unie van Suid-Afrika (1957), p. 8. ^) Tussenvoeging van de schrijver!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 127

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's