Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 292

2 minuten leestijd

240

L. VLIJM

Natuurlijk geldt dit met name voor trekvogels, die gedurende de voortplantingsperiode hun jongen grootbrengen in een gebied, dat zij daarna weer verlaten. Bij sommige standvogels, als merel en roodborst, is vastgesteld dat zij ook buiten het broedseizoen territoriaal gedrag vertonen. Nu vindt men bij tal van gewervelde dieren binnen het territorium plaatsen, die, naar uit de gedragingen van het dier blijkt, een hogere waarde hebben. Binnen het territorium, dat in zijn geheel verdedigd wordt, worden sommige plaatsen door de dieren meer gefrequenteerd dan andere, vooral in verband met speciale handelingen. Er treedt dus binnen het territorium een zekere differentiatie op. Dit kan b.v. blijken uit het feit dat mannelijke vogels vaak een voorkeur hebben voor een vaste plaats om te zingen, terwijl ook de weg waarlangs het nest wordt bereikt vaak van takje tot takje dezelfde is. Het eerste van deze punten kan duidelijk worden toegelicht aan de hand van de gedragingen van vogels van het geslacht Menura (liervogels) uit Australië (zie Portmann, 1956). De mannelijke vogels, die geen functie hebben bij de verzorging van nest en jongen, bezetten in bosachtig terrein territoria van omstreeks 6 hectare. Binnen de grenzen van dit territorium worden bepaalde plaatsen (er zijn er wel tot 20 geteld) door de dieren enigszins opgehoogd en geregeld schoongehouden. Deze plaatsen hebben een speciale functie bij het zangritueel, waarbij de vogel van de ene plaats naar de andere trekt. Bij dit ceremonieel zingt de vogel niet alleen, maar spreidt ook voortdurend zijn lierstaart uit, welke normaal, op de wijze van een fazant, naar achteren wordt gedragen. Duidelijker nog vinden we, bij vele soorten vogels, dergelijke centra ontwikkeld in de vorm van nesten binnen het territorium. Ook hier is een relatie te onderscheiden tussen gedragingen der dieren (broedgedrag, voeren van jongen e.d.) en een bepaalde plaats binnen het bewoonde gebied, i.e. het nest. We vinden hier dus duidelijke centra. Maar deze centra zijn speciaal van belang bij gedragspatronen, die, voorzover ons bekend, te maken hebben met de voortplanting en de broedzorg. Men kan ze niet vergelijken met een onderkomen, of een huis. Het is nu interessant te bezien wat hiervan bij de zoogdieren — de hoogste classe van de gewervelde dieren — bekend is. Daar vinden we binnen een territorium meer centra, elk gekoppeld met een of meerj speciale gedragsstructuren van het dier. Hediger (1946 en 1949) heeft' enige opmerkingen gemaakt over zoogdierterritoria en een aantal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 292

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's