1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 226
184
K. P. C. A. GRAMBERG
Menschen. Dadurch erklart sich die oft lacherliche Scheu und kindische Angst vor den harmlosesten Hautkrankheiten". Tot zover Klingmüller. 'tM*i-rii Lezen wij nu na, wat de veel persoonlijker en bewogener Sticker 13) schrijft in Mense's „Handbuch der Tropenkrankheiten". In zijn verhandeling over de geschiedenis der lepra begint hij als volgt: „Wenn die Geschichte einer Krankheit mit ihrer ersten genauen Beschreibung und besonderen Benennung beginnt, so geht gemass den bisherigen Feststellungen, die Geschichte der Syphilis kaum weiter zurück als bis zur Mitte des 15ten Jahrhunderts und die Geschichte der Lepra nicht hinaus über das Jahr zweihundert nach Christus, wo die Krankheit unter den Namen der Elephantiasis zum ersten Male unverkennbar durch den Arzt Aretaios von Kappadozien beschrieben wurde". En even verder zegt hij dan: . . . . „und was die Beschreibung der Aussatzkrankheit abgeht, welche der Hebraische Text Zara'ath, die griechische Ubersetzung der Septuaginta und die Lateinische Übersetzung der Vulgata Lepra nennen, so hat sie mit der heutigen Lepra gar nichts zu tun". Ten slotte legt hij er de bijzondere nadruk op, dat in het Nieuwe Testament nooit gesproken wordt over de genezing der melaatsen, maar steeds over de reiniging, behalve in één geval. Op dit laatste wil ik straks nog even terug komen als wij het zullen hebben over wat wij dan moeten verstaan onder de oud-Joodse zara'ath. Aan het eind merkt hij dan nog op: „Was der weisse Aussatz der Legende was, vor allem das weisse Mal der Jüdischen Zara'ath ist, kann hier nicht genauer untersucht werden. In einem anderen Buch mehr davon. Hier nur soviel, dass jeder Versuch, über die Zara'ath und die Negaim, die Vormaler der Unreinheit, weitere Aufklarungen aus dem Jüdischen Talmud zu gewinnen, die Zara'ath von unserer Lepra und überhaupt von einer Krankheit im natürlichen Sinne noch weiter entfernt, als es schon die Thora tut." Hij wijst er dan ook nog op, dat ook in afbeeldingen en grafresten in papyri en mummies, nooit zekere sporen van de lepra gevonden zijn, terwijl toch allerlei andere zweren, uitslagen en misvormingen zeer duidelijk beschreven zijn geworden. Ook de conclusie van Jeanselme i4) in zijn in 1934 uitgegeven handboek over de lepra luidt: „On peut done écarter sans reserve l'assimilation de la zara'ath et de la lèpre!" Hij merkt direct op, dat het woord zara'ath in de Pentateuch de wijsheid van vele commentatoren en medici op de proef gesteld heeft. Hij somt eerst de drie categorieën
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's