Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 280

2 minuten leestijd

228

A. L. JANSE DE JONGE

vooronderstelling uit, dat het ik pas werkelijkheid wordt, wanneer het zich zijn gevoel van minderwaardigheid bewust wordt. Dit gevoel van minderwaardigheid is dus zowel oorsprong als resultaat van de ontwikkeling van de bewuste persoonlijkheid. Dit lijkt een anthropologisch raadsel. Van uit een wat meer dialectische visie op de ontwikkeling van de persoonlijkheid is deze voorstelling van zaken echter wel te aanvaarden. Een anthropologische norm in de ideële verheven betekenis van het woord kan slechts gehuldigd worden, wanneer men tal van z.g. negatieve verschijnselen in het menselijk bestaan wenst te ontkennen. Deze negatieve verschijnselen in het menselijk bestaan wenst te ontkennen. Deze negatieve verschijnselen kennen wij vooral in de vorm van onzekerheid, angst, schuld, agressie. Het is nu eenmaal een feit, dat deze vier meer licht werpen op het menselijk bestaan dan de meeste andere psychische phaenomenen tezamen. Een normbegrip dat hiermede geen rekening houdt doet tekort aan de menselijke werkelijkheid. Met name het probleem van de agressie is op dit gebied bijzonder belangrijk. Moet men de innerlijke, vaak verborgen of verdrongen agressiviteit van de mens als een normaal verschijnsel accepteren, of heeft de agressie in wezen met het menselijk bestaan niets van doen? Juist in de tijd van de eerste wereldoorlog is Freud op ontzagwekkende wijze met dit probleem geconfronteerd. Het is bekend dat vooral daarna zijn visie op de menselijke ontwikkeling een pessimistische kleur gekregen heeft. Ik meen dat het ook voor de hedendaagse mens moeilijk is om hierover een gedifferentieerd oordeel te geven. Ook wij worden met het probleem van de agressie en in ruimere zin met dat van het kwaad en de zonde voortdurend van uit eigen en anderer bestaan geconfronteerd. Het was te vooronderstellen en het wordt ook in deze gedachtegang hoe langer hoe duidelijker dat deze vraag aan de orde moet komen. Uiteindelijk is de vraag naar de aard en de structuur van het menselijk bestaan een religieuze vraag. Het is verheugend te zien hoe vooral in het werk van Berkouwer in zijn „De mens het beeld Gods" en in zijn laatste studie over „De zonde" hulp geboden wordt bij de bezinning op deze problemen. Slechts wanneer in de gedifferentieerde norm deze religieuse problematiek wordt geïntegreerd kan men leren inzien dat bij vele psychiatrische problemen de totale mens betrokken is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 280

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's