Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 265

2 minuten leestijd

NORM EN NORMALITEIT IN DE PSYCHIATRIE

217

vooral met het individu bezighoudt, had minder behoefte aan statistische gegevens, wanneer hij moest nagaan of een bepaalde gedragsvorm als normaal dan wel als abnormaal moest worden beschouwd. Meestal bestonden er wel zoveel aanwijzingen van andere dan statistische aard voor de abnormaliteit van het gedrag, dat dit vraagstuk niet geheel binnen zijn gezichtskring kwam. Deze aanwijzingen gelden nog onverminderd voort. De vraag of iemand geestelijk gestoord is wordt veelal niet langs statistische weg maar veel meer langs klinisch phaenomenologische weg benaderd. Verreweg het grootste deel van de psychiatrische literatuur houdt zich bezig met het bestuderen van de klinische phaenomenologie, zich openbarend in een aantal verschijnselen die meestal als zodanig zich bijzonder duidelijk aftekenen tegenover de gedragingen van de gezonde mens. Langzamerhand bleek echter onder invloed van de dieptepsychologie dat vele mensen, die in klinische zin als gezond beschouwd werden, toch in diepere psychologische zin als afwijkend gezien moesten worden. Men ging dan ook hever niet meer spreken van „ziekte", maar van gestoord of afwijkend. Vooral psychotherapeuten moesten zich gaan bezighouden met de vraag of iemand voor behandeUng in aanmerking kwam en welke prognose voor de psychotherapeutische behandeling gesteld kon worden. Het werd langzamerhand duidelijk dat men bij deze vraag de oudere klinische normen niet meer zonder meer kon hanteren. Er was een diepergaand phaenomenologisch onderzoek nodig om de ware aard van de stoornis te gaan onderkennen. Deze verschuiving van het klinisch naar het meer dieptepsychologisch onderzoek heeft op de leek ook indruk gemaakt. Het is vaak moeilijk een cliënt of patiënt duidelijk te maken in welk opzicht hij behandeling behoeft. Hoewel hij voor zichzelf kan en wil erkennen dat zijn leven niet zonder conflicten en ongemakken verloopt, is het voor hem toch vaak moeilijk om toe te geven dat een werkelijk medische behandeling hiervoor noodzakelijk is. Ik denk hier bijvoorbeeld aan huwelijksproblemen en levensconflicten van meer algemene aard in het beroep en op het terrein van de geestelijke en religieuze ontwikkeling. Op de duur zal het waarschijnlijk wel mogelijk zijn dat een statistische benadering hcht verschaft op dit gebied. Het is echter wel duidelijk dat het hanteren van de statistische normen hier op groter moeilijkheden stuit dan op andere gebieden der geneeskunde het geval is. Gaat men een stapje verder en aanvaardt men de stelling van Rümke, dat het soms het grootste teken van geestelijke gezondheid kan zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 265

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's