1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 287
HEBBEN DIEREN EEN HUIS?
235
Bij het zoeken naar bindingen tussen gedragingen van een organisme en de habitat waarin het leeft, willen wij ons eerst iets ruimer oriënteren. Wanneer men zich afvraagt hoe een dier zich in zijn milieu gedraagt, stuit men op het begrip „Umwelt". Dit begrip werd door de Duitse onderzoeker von Uexküll als eerste gebruikt, en, in 1921, verder uitgewerkt. Hij lanceerde hiermee een nieuw begrip in de dierpsychologie, vooral in reactie op de subjectivistische, soms zelfs anthropomorfistische benaderingswijze zoals deze b.v. omstreeks de eeuwwisseling opgeld deed. Hiermee kwam een objectivistische stroming in de benadering van het dierlijk gedrag tot ontwikkeling, die later vooral door Lorenz, Tinbergen, Baerends e.a. in ethologische zin, door anderen, onder wie de Zwitserse bioloog Hediger, in dierpsychologische zin is uitgewerkt. De Umwelt-gedachte — er is helaas geen Nederlands woord dat de inhoud van dit begrip voldoende weergeeft — heeft echter niet alleen in ethologie en dierpsychologie een ontwikkeling doorgemaakt, maar heeft ook binnen de oekologie waarde gekregen. Er zijn nogal wat discussies over ontstaan. Oorspronkelijk werd onder Umwelt verstaan: het totaal der factoren in het milieu die voor een individueel dier van primaire betekenis zijn. Wat buiten deze Umwelt ligt kan wel van belang zijn voor het dier, maar is niet direct van betekenis. Ook in moderne literatuur vindt men deze gedachten terug. Zo schrijft de Duitse onderzoeker Peus in 1955: „Die ökologische Umwelt eines Tieres umfasst nur diejenigen Faktoren, von denen die Existenz und das Gedeihen einer Spezies unmittelbar abhangig sind". Voor ons, mensen, mogen de oorzaken van deze factoren nog zo duidelijk zijn, voor het dier bestaan ze niet. „Das Tier, das seine Lebensstatte aufsucht, inne hat oder aufgeben muss, kann sich dabei nach nichts anderem richten als danach, ob die Bedingungen, von denen es abhangig ist, da sind oder nicht. Auf welche Weise diese Bedingungen zustande kommen, liegt ausserhalb seiner Merkwelt, existiert also für das Tier nicht und kann es „nichts angehen"." Dit Umwelt-begrip wordt niet door allen gedeeld, omdat veelal factoren, die voor het dier als zodanig niet bestaan, van groot belang kunnen zijn voor het leven. Zo heeft b.v. Friederichs in 1943 er op gewezen dat in deze opvatting in de Umwelt van de vlieg de grauwe vliegenvanger, die de vlieg consumeert, niet bestaat, omdat hij buiten de eigenlijke „Merkwelt" ligt. Dit maakt reeds duidelijk dat het begrip Umwelt in de oekologie moeilijk practisch hanteerbaar is. Hoewel de theoretische achtergrond ervan een belangrijke bijdrage vormt tot het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's