1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 291
HEBBEN DIEREN EEN HUIS?
239
Bij deze dieren met hoog ontwikkelde sociale structuren komen echter andere problemen aan de orde, die buiten het bestek van deze voordracht vallen. Door hun hoge sociale organisatie zijn deze in kolonies levende dieren in gedragingen en levensomstandigheden niet direct met solitair levende dieren te vergelijken. We hebben in het vorige enige opmerkingen gemaakt over territoria bij ongewervelde dieren. Er zijn daar wel bindingen tussen een dier en delen van het bewoonde gebied, doch zij zijn van zeer tijdelijk karakter. Veel meer is hiervan bekend bij gewervelde dieren. Het begrip territorium is vooral ontwikkeld door de Engelse onderzoeker Howard, die, bij het bestuderen van de gedragingen van vogels, tot de conclusie kwam dat vele vogels een gebied hebben dat tegen soortgenoten, soms ook tegen niet-soortgenoten, wordt verdedigd. Howard meende, in 1920, dat aan deze territoria een tweeledige functie moest worden toegekend, n.l. dat zij een rol zouden spelen bij de vorming van broedparen en het voortbestaan daarvan, en dat zij daarnaast een regulerende functie zouden hebben bij het tegengaan van een te hoge populatiedichtheid, en een voldoende hoeveelheid voedsel voor de jongen zouden garanderen. Het mechanisme hiervan berustte dus volgens Howard op de territoriale verdediging. Alleen immers wanneer een gebied verdedigd wordt kan men van een territorium spreken. De mening, dat het territorium deze beide functies heeft, wordt thans wel algemeen aangenomen. De territoriale verdediging daarentegen speelt alleen een rol bij de paarvorming en de handhaving daarvan (Lack, 1954). Dit blijkt allereerst al bij in kolonies broedende vogels, waar wel verdediging van het nest en het daaromheen liggend gebied plaats heeft, zonder dat enige betekenis aan deze verdediging kan worden toegekend ten aanzien van een eventuele overbevolking. Daarnaast echter is ook geconstateerd dat in het territorium binnengedrongen, voedsel zoekende, soortgenoten vaak niet worden verjaagd, terwijl ook door de eigenaar van een territorium voedsel wordt gezocht buiten het verdedigde gebied. Het aantal broedparen is zeker afhankelijk van de habitat en de rijkdom aan voedsel daarin, maar het hangt niet regelrecht samen met het verschijnsel van territoriaal gedrag. Met name ook bij andere gewervelde dieren (vissen, reptielen en zoogdieren) zijn territoria aangetoond en beschreven. Territoriale verdediging speelt ook daar allereerst een rol bij de paarvorming en bij de eventuele handhaving van deze paren. Hiermee hangt samen dat deze territoria vaak alleen gedurende het broedseizoen blijven bestaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's